IJMUIDEN - De salarissen van uitzendkrachten gaan per 1 april volgend jaar automatisch de algemene loonstijging in Nederland volgen. Ook krijgen flexwerkers meer duidelijkheid over de rechten die zij opbouwen voor een vast contract en scholing. Zij zullen wel later voor zo'n vaste aanstelling in aanmerking komen. Dat heeft de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en FNV Bondgenoten zaterdag gezegd.

De vakbonden en de ABU hebben de afspraken vastgelegd in een nieuwe 5-jarige CAO voor de sector. De handtekeningen werden gezet aan boord van een veerboot naar Groot-Brittannië. "Het is een geslaagd experiment. Het werkte omdat we bovenop elkaar zaten'', aldus bestuurder H. Westerhof van FNV Bondgenoten. ABU-directeur A. van der Gaag sprak van een effectieve "hogedrukpan''.

De lonen van 650.000 uitzendkrachten stijgen in het vervolg evenveel als de gemiddelde loonstijging in 30 grote CAO's in Nederland. Daarnaast introduceren de bonden en de ABU de zogenaamde "carrousel-CAO''. Zij hebben de arbeidsvoorwaarden opgeknipt in vijf deelgebieden en gaan in de toekomst elk jaar over een van deze gebieden afspraken maken die vijf jaar moeten gaan gelden. Na vijf jaar herhaalt de cyclus zich.

Vooruitlopend op de cyclus hebben de ABU en de bonden wel al een aantal nieuwe afspraken gemaakt. Op dit moment krijgen uitzendkrachten na minimaal 18 maanden en maximaal 3,5 jaar werken een vast contract. Zij moeten dan wel aan een wirwar van voorwaarden voldoen. De nieuwe CAO regelt het simpeler. Na 1,5 jaar gewerkt te hebben, krijgen uitzendkrachten voor maximaal twee jaar een of meerdere contracten met een bepaalde looptijd. Daarna moet of het uitzendbureau of de opdrachtgever de uitzendkracht in vaste dienst nemen.

Uitzendkrachten moeten dus langer wachten op een vast contract, maar volgens Westerhof is dat geen verslechtering. "Op dit moment worden uitzendkrachten namelijk ontslagen tegen de tijd dat ze een vast contract krijgen.''

Flexwerkers krijgen onder voorwaarden ook recht op het scholingsgeld dat zij in 3,5 jaar werken opbouwen. Wordt dit budget niet aan cursussen besteed, dan moet het uitzendbureau de som van maximaal 3 procent van het brutojaarsalaris uitbetalen aan de flexwerker. De vakbonden en de ABU gaan daarnaast plannen uitwerken waarin studenten het geld kunnen gebruiken om hun studieschuld af te lossen. Het scholingsgeld hebben zij niet nodig, de studenten volgen immers al een opleiding.