GÖTEBORG - Het versterkt Europees toezicht op banken en verzekeraars moet al eind van het jaar akkoord zijn bevonden door EU-landen en Europarlement, vindt huidig EU-voorzitter Zweden.

''Nu is het momentum om te hervormen'', zei minister Mats Odell (Financiële Markten) woensdag bij een congres voorafgaand aan EU-beraad van ministers van Financiën in Göteborg.

Plan van de Europese Commissie is dat de nationale toezichthouders zoals De Nederlandsche Bank (DNB) meer gaan samenwerken in Europese commissies. Die moeten vooral de grensoverschrijdende banken monitoren.

Risico's

Ook komt er een raad die de systeemrisico's van de financiële wereld probeert te beperken. Dat moet een nieuwe kredietcrisis helpen voorkomen.

Om vaart te maken verwierp de Zweedse minister alvast enkele veranderingen in de plannen die de Europese Commissie nog had voorgesteld. Brussel wilde meer bankpresidenten in een stuurgroep voor Europees toezicht.

Onderhandelen

''We gaan niet opnieuw onderhandelen. Dat is ons principe en kost te veel tijd'', zei Odell. Hij stelt dat een tekst van de regeringsleiders van de EU-landen zo'n aanpassing ook niet toelaat.

Niet iedereen heeft echter zo'n haast, bleek bij het congres. Pieter Praet, directeur van de Nationale Bank van België, ''ziet wat spanning tussen de politieke wens snel te hervormen en de tijd die we als toezichthouders nodig hebben om alles goed voor te bereiden.''

Toezicht

De nieuwe Europese opzet van het financieel toezicht moet leiden tot meer greep op de ruim veertig grensoverschrijdende banken en verzekeraars in de EU. Nu is het toezicht veelal nationaal.

Het zicht op buitenlandse banken is beperkt, zoals Nederland ontdekte bij het plotse einde van Icesave van de IJslandse bank Landsbanki.

Advies

Het Europesere toezicht is gebaseerd op een advies van de Franse voormalige IMF-topman Jacques de Larosière. Deze Fransman zinspeelt intussen al op verdergaande stappen. Hij denkt aan wereldwijde regels voor bijvoorbeeld bankentoezicht, kapitaaleisen en sancties.

''De G20-top geeft daarvoor al een goede aanzet'', vindt De Larosière. ''Voor het eerst zie ik daar dat de wereld samen wil werken tegen allerlei bubbles en naar grote kapitaalstromen wil kijken."

"Dan komt natuurlijk ook de vraag wie moet meebetalen als de overheden een wereldwijde bank moeten redden.''