DUBAI - Geen extra geld voor ontwikkelingshulp, maar toch een geslaagde bijeenkomst. Het een sluit het ander niet uit. Minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking kijkt tevreden terug op de gezamenlijke vergadering die IMF en Wereldbank maandag hielden in Dubai.

De jaarvergadering van de twee instellingen gaat de komende dagen nog door, maar de belangrijkste uitkomsten staan nu vast. Met spanning was uitgekeken naar de bijeenkomst. Dat had vooral te maken met het mislukken van de wereldhandelsbesprekingen in het Mexicaanse Cancún. In Dubai troffen arme en rijke landen elkaar opnieuw.

Cancún stond niet officieel op de agenda, maar kwam tijdens een lunch van de deelnemende landen uitgebreid aan de orde. Ze waren het erover eens dat het vastgelopen handelsoverleg in het kader van de Doha-ronde moet worden vlotgetrokken. Meer dan dat zit er nu niet in.

Vertrouwen terugwinnen

Minister Van Ardenne verklaarde maandag dat het stuklopen van Cancún nog te vers is. "Je moet niet denken dat die clash met een week weg is. De afstand tussen de onderhandelingsblokken was groot en is dat nog steeds. We zullen het vertrouwen dus moeten terugwinnen."

De minister was ook aanwezig bij de onderhandelingen in Mexico, waar een groep ontwikkelingslanden gezamenlijk optrad en niets zag in voorstellen van de rijke landen voor liberalisering van de wereldhandel. Ook in Dubai wisten de ontwikkelingslanden hun wensen zeer duidelijk kenbaar te maken, viel de minister op. Van Ardenne noemde het overleg constructief. "Er vielen geen harde woorden en er was geen emotie."

Inhoudelijk kwamen de deelnemende landen in Dubai echter niet ver. Van te voren werd aangedrongen op het beschikbaar stellen van meer geld om zo de armoede te kunnen bestrijden. Maar concrete toezeggingen bleven uit. Ook een voorstel om ontwikkelingslanden binnen IMF en Wereldbank (iets) meer invloed te geven haalde het niet.

Geslaagd

Toch noemt Van Ardenne de bijeenkomst geslaagd. Na enige aarzeling: "De bijeenkomst is geslaagd omdat de Wereldbank steeds beter rapporteert over zaken als armoede. Het gaat daarbij om de vraag hoe het staat met het behalen van de Millenniumdoelen. We kregen een heel heldere inzage, met name over zuidelijk Afrika."

Dat het met de financiering nog niet wil vlotten, is minder, aldus de minister. "Dat geef ik ronduit toe." Nederland is een van de weinige landen die voldoen aan de internationale norm om 0,7 procent van het bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp te geven. Ons land zit daar zelfs boven.

De minister hecht verder groot belang aan betere afstemmming van ontwikkelingshulp van verschillende landen. Soms zijn ontwikkelingslanden vooral bezig met het ontvangen van missies over hulp, waardoor ze nauwelijks aan het echte werk toekomen. Door donoren meer te laten coördineren, zou de hulp efficiënter moeten worden.