DEN HAAG - De FNV zal in het debat over de AOW-leeftijd water bij de wijn moeten doen, vindt collega-vakcentrale CNV.

''Het lijkt ons dramatisch als de Sociaal-Economische Raad (SER) er niet in slaagt met een advies te komen over de plannen van het kabinet de AOW-leeftijd geleidelijk te verhogen van 65 naar 67 jaar. Dan zijn we onze invloed kwijt, komt de regie bij minister Piet Hein Hein Donner van Sociale Zaken te liggen en dan wordt het er niet veel beter op.''

Dat zei waarnemend CNV-voorzitter Bert van Boggelen dinsdag bij de presentatie van de inzet waarmee het CNV komend jaar de cao-onderhandelingen ingaat.

Alternatieven

De SER heeft tot 1 oktober de tijd om te komen met alternatieven voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Maar het overleg tussen werkgevers, vakbeweging en kroonleden in het adviesorgaan zit muurvast.

''De positie is door een aantal partijen tamelijk stevig ingenomen. Op die manier maak je geen SER-advies.''

Looneis

De FNV houdt vast aan AOW op 65-jarige leeftijd. Gaat die omhoog, dan krijgen de werkgevers daarvoor de rekening gepresenteerd in de vorm van een hogere looneis, liet de vakcentrale zaterdag weten.

''Zo kijken wij er niet naar'', aldus Van Boggelen. De christelijke vakcentrale zet, zoals dit voorjaar afgesproken in het sociaal akkoord tussen werkgevers, vakbeweging en kabinet, bij het cao-overleg volgend jaar in op koopkrachtbehoud.

Afspraak

Dat betekent een looneis rond het niveau van de inflatie. Maar dan moet ook de overheid zich houden aan de afspraak de lasten niet te verzwaren.

En de werkgevers moeten zich inspannen ook mensen die minder makkelijk aan een baan komen, binnen te halen of binnen te houden. ''Wij evalueren dit aan het einde van het jaar.'' Dan komt het CNV met zijn definitieve eisenpakket.

Cao-bepaling

Het CNV wil af van de cao-bepaling dat een dienstverband automatisch eindigt wanneer iemand 65 jaar wordt. Als iemand door wil werken, moet dat kunnen.

Verhoging van de AOW-leeftijd is voor het CNV geen taboe. Maar dan moet wel het aantal 60-plussers met betaald werk zijn toegenomen tot minstens zes op de tien, want anders komen er veel meer ouderen in de bijstand.

Een andere voorwaarde is een hoger belastingtarief (60 procent) voor topinkomens. Levert dit onvoldoende op, dan kan op termijn de AOW stapsgewijs omhoog.