PARIJS - De financiële toezichthouders in IJsland hebben zich laten overweldigen door de ontwikkeling van de bankensector.

Daardoor waren ze niet in staat de groei van de inmiddels ingestorte sector op tijd te stuiten.

Dat stelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een woensdag gepubliceerd rapport over IJsland.

Onheil

Volgens de OESO hebben de IJslandse banken het onheil over zich afgeroepen door te veel risico's te nemen.

Zo leenden ze tijdens hun onstuimige groei vooral geld aan een beperkt aantal IJslandse investeringsmaatschappijen, die veelal in handen waren van de grootste aandeelhouders van de banken.

Hun bezittingen groeiden daarbij tot bijna negen keer de omvang van de IJslandse economie.

Groter

Omdat het toezicht geen rem zette op de onhoudbare toename van kredieten en risico's, werden de banken veel groter dan de overheid aankon, aldus de OESO.

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam uitten eerder al forse kritiek op de toezichthouder in IJsland.

Die had buitenlandse toezichthouders eerder moeten melden dat banken daar in zeer zwaar weer terechtkwamen.

Kritiek

In Nederland leidde de val van de IJslandse banken onder meer tot veel kritiek op de president van De Nederlandsche Bank (DNB) Nout Wellink.

Hij zou volgens verschillende Kamerleden ''te laat en ''te weinig doortastend'' hebben opgetreden bij het faillissement van de IJslandse spaarbank Icesave.

Volgens Wellink heeft DNB echter weinig te zeggen over Europese banken die in Nederland actief zijn; zij vallen onder de verantwoordelijkheid van de toezichthouder in het thuisland.

Recessie

De bankencrisis heeft IJsland ondertussen in een diepe recessie gestort. De economie krimpt dit jaar waarschijnlijk met 7 procent. Volgend jaar kan volgens de OESO wel een voorzichtig herstel optreden.

De toekomstige economische ontwikkeling van IJsland is ook belangrijk voor Nederland, aangezien het IJslandse parlement de terugbetaling van spaartegoeden van Icesave afhankelijk heeft gemaakt van de groei.

Salarissen

Om het grote overheidstekort te bestrijden, stelt de OESO onder meer voor de salarissen van ambtenaren aan te pakken.

Die stegen volgens de organisatie de afgelopen jaren vaak harder dan de beloningen in het bedrijfsleven, om te voorkomen dat al het talent zou overlopen naar de financiële sector.

''Nu dat probleem is verdwenen, moeten de overheidssalarissen, in ieder geval in 2009, worden bevroren of zelfs verlaagd'', raadt de OESO aan.