DUBAI - De president van de Wereldbank, James Wolfensohn, heeft goede hoop dat het in Cancún stukgelopen wereldhandelsoverleg op een later tijdstip kan worden vlotgetrokken. Hij noemde vrijdag het stranden van de besprekingen in de Mexicaanse badplaats een terugslag, maar het woord tragedie wilde hij niet in de mond nemen.

Wolfensohn gaf een persconferentie aan de vooravond van de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank in Dubai. De komende dagen zullen vertegenwoordigers van 184 landen daar besprekingen voeren over onder meer het voorzichtige herstel van de wereldeconomie en de bestrijding van armoede. Ook handel staat op de agenda. Het verloop van de ministersconferentie in Cancún zal daarbij een prominente plaats innemen.

Niet ver genoeg

Een belangrijk facet in het stuklopen van de onderhandelingen in Mexico vormde de opstelling van een groep ontwikkelingslanden, die zich hebben verenigd in de zogeheten G21. Die zagen niets in voorstellen van de Europese Unie en de Verenigde Staten voor een vrijere wereldhandel. De voorstellen hadden betrekking op de landbouw en gingen de derdewereldlanden niet ver genoeg.

Wolfensohn wilde zich niet uitlaten over de vraag wie verantwoordelijk is voor het mislukken van de conferentie van de wereldhandelsorganisatie WTO. Wel stelde hij vast dat de betrokken ontwikkelingslanden zich duidelijk hebben gemanifesteerd. Hij ziet dat als onderdeel van een proces waarin arm en rijk meer naar elkaar toegroeien en de kloof tussen de twee partijen kleiner wordt. Wolfensohn wees erop dat op dit moment 1 miljard mensen op de wereld goed zijn voor 80 procent van alle inkomsten. De overige miljard moet het met de rest doen.

Invoerrechten

Volgens een recent rapport van de Wereldbank heeft liberalisering van de wereldhandel belangrijke positieve effecten, vooral waar het gaat om de bestrijding van de armoede. Miljoenen mensen in ontwikkelingslanden kunnen aan een beter bestaan worden geholpen als zaken als subsidies en invoerrechten worden beperkt.

Namens Nederland nemen minister Zalm (Financiën) en minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) deel aan de vergadering in Dubai. De laatste was ook aanwezig bij het handelsoverleg in Cancún. Buiten de officiële agenda om zal ook worden gesproken over Irak. Het gaat daarbij vooral om de vraag hoeveel geld nodig is voor de wederopbouw van het land en hoeveel geld van de kant van investeerders beschikbaar is.