DEN HAAG - Scholen die willen fuseren moeten voortaan laten zien dat dit ook echt nodig is. Direct belanghebbenden zoals studenten, docenten en ook ouders moeten in de plannen gekend zijn en de onderwijsminister geeft voortaan zelf een eindoordeel.

Minister Ronald Plasterk en de staatssecretarissen Marja van Bijsterveldt en Sharon Dijksma, allen van Onderwijs, willen ongewenste fusies in het onderwijs al langer bestrijden.

Vrijdag zonden ze een wetsontwerp naar de Tweede Kamer, ook al had de Raad van State wel vragen bij het plan.

Schaalvergroting

Schaalvergroting brengt toch ook vaak veel voordeel, aldus het adviesorgaan, dat ook niet zeker weet of de grootte nou altijd wel zoveel te maken heeft met de kwaliteit.

Het drietal heeft echter uitdrukkelijk laten weten dat het niet de bedoeling is alle fusies tegen te houden of schaalverkleining te bevorderen.

Klein

''Niet groter dan nodig, klein waar het kan'', koos het trio als uitgangspunt. Schaalvergroting is jarenlang gepropageerd, omdat het de scholen meer mogelijkheden gaf. Maar gebruikers en andere betrokkenen vinden de scholen soms echt te massaal.

In principe geldt de fusietoets voor alle soorten onderwijs. Lappen scholen de toets aan hun laars, dan kunnen ze financieel gekort worden.

Keuzevrijheid

Concreet betekent het wetsvoorstel dat onderwijsinstellingen die willen fuseren een fusie-effectrapportage (FER) moeten opmaken. Als het medezeggenschapsorgaan van de instelling het eens is met het fusievoornemen, wordt dit ter toetsing aan de minister voorgelegd.

Die bekijkt daarbij ook of de keuzevrijheid van ouders en leerlingen gewaarborgd blijft.

De FER moet in elk geval laten zien waarom de fusie nodig is, wat de alternatieven zijn, de kosten en baten, en hoe het tijdpad eruitziet. Verder moet de rapportage ingaan op de gevolgen die de fusie heeft voor de keuzevrijheid en voor personeel en leerlingen.