DEN HAAG - Het kabinet maakt per 1 januari een einde aan een pakket van fiscale maatregelen om de Nederlandse filmindustrie te ondersteunen. De steun zou moeten leiden tot een zelfstandige bedrijfstak, maar het kabinet acht dat op grond van een rapport van het Bureau Berenschot niet haalbaar.

Het Nederlands Fonds voor de Film ziet in het rapport voldoende redenen om de regeling met twee jaar te verlengen. Kamerlid Bakker van regeringspartij D66 is het daarmee eens. Hij vindt dat Berenschot alleen kijkt naar de financieel-economische aspecten en voorbij gaat aan het culturele succes van de Nederlandse film in de afgelopen jaren.

CV

Het pakket rond de zogeheten film-cv werd in 1999 van kracht voor een periode van vijf jaar. In die tijd is voor 210 miljoen euro aan zogeheten cv-films gemaakt, waarvan meer dan 200 miljoen voor rekening van de overheid kwam.

Het meeste geld, ongeveer 150 miljoen euro, ging op in de eerste twee jaar van de regeling. Er kwam veel kritiek, omdat de regeling meer de calculerende belastingbetalers zou verrijken dan onze cultuur. De regeling werd versoberd toen in 2001 het nieuwe belastingstelsel van kracht werd.

Evaluatie

In het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende 2 was dit jaar al afgesproken dat de regeling zou worden afgeschaft, maar D66-Kamerlid Bakker kreeg een meerderheid achter een motie die vroeg om een "evaluatie". Nu wordt de fiscale steun aan de filmindustrie alsnog afgeschaft. Voor volgend jaar is er al geen geld meer voor uitgetrokken. Bakker zegt dat zijn partij zich sterk zal maken voor behoud van de regeling en tijdens een debat in de Kamer zal aangeven waar dat geld vandaan moet komen.

Verschraling

Voorzitter Dijkstal van het Nederlands Fonds voor de Film stelt dat in geen enkel Europees land een filmindustrie bestaat zonder uitgebreide staatssteun. Als de stimuleringsregeling geheel vervalt, heeft dat een "ernstige verschraling van het filmaanbod" tot gevolg.