AMSTERDAM - De jeugdwerkloosheid wordt ernstig onderschat. Dat stelt econooom Wiemer Salverda van de Universiteit van Amsterdam. Werkloosheid onder jongeren wordt volgens hem verkeerd vergeleken met werkloosheid onder de totale beroepsbevolking.

Hij wijst erop dat veel jongeren parttime werk doen en nog niet op zoek zijn naar een serieuze baan. Ze worden echter wel geteld als jongeren met baan.

Maar als die jongeren niet mee worden gerekend, is het percentage jongeren dat geen werk heeft en wel op zoek is naar een baan veel hoger.

Beleidsmakers berusten er volgens Salverda te snel in dat de werkloosheid onder jongeren tussen de 15 en 25 jaar ongeveer twee keer zo hoog is als onder de totale beroepsbevolking.

Beroepsbevolking

De econoom wijst erop dat jongeren ook deel uitmaken van de beroepsbevolking waarmee ze worden vergeleken en dat het echte verschil dus groter is. Daarom zouden ze moeten worden vergeleken met mensen tussen de 25 en 50 jaar oud.

Vergeleken met mannen in die leeftijd zijn jongeren bijna zeven keer zo vaak werkloos.

Daarom moeten er volgens Salverda maatregelen worden genomen. Zo zouden jongeren hun uitkering deels moeten kunnen behouden als ze parttime werk doen.