VOORBURG - Nederlanders vinden dat zij een steeds groter deel van hun inkomen minimaal nodig hebben om rond te komen. Een op de acht huishoudens ontving in 2001 zelfs een inkomen dat lager was dan het noodzakelijk achtte. Dat blijkt uit een vergelijking over de jaren 1991-2001 die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag heeft gepubliceerd.

Ruim een kwart van de laagste inkomens verdient minder dan het noodzakelijk vindt, zo blijkt uit het onderzoek. Van de groep met de 20 procent grootste verdieners vindt nog altijd ruim 5 procent dat het netto-inkomen niet toereikend is.

In 2001 had een huishouden gemiddeld minimaal 16.600 euro nodig. Gecorrigeerd voor de inflatie is dit bedrag in tien jaar gestegen met 2400 euro. Dat is 17 procent. De toename van het besteedbaar inkomen is volgens het CBS minder groot. Het bureau schrijft de stijging van het noodzakelijke inkomen deels toe aan gestegen vaste lasten, zoals huren en verzekeringen. Die kosten bedroegen in 1999/2000 ongeveer 8500 euro. Dat was 1100 euro meer dan in 1991.

"Vooral in de eerste helft van de jaren negentig zijn huishoudens meer gaan uitgeven aan huur- en woonlasten", zei CBS-onderzoeker H. Dirven in een toelichting. Voor de rest van de stijging van het noodzakelijk geachte inkomen heeft het CBS geen directe verklaring. "We weten uit ander, universitair onderzoek dat het noodzakelijke geachte inkomen stijgt naarmate het feitelijk inkomen toeneemt." Mensen met een hoger besteedbaar inkomen wonen vaak in grotere, duurdere huizen.