DEN HAAG - Medewerkers van Defensie zijn de afgelopen twee jaar iets positiever gaan denken over hun collega's met een andere etnische of religieuze achtergrond.

Was de houding in 2006 nog licht negatief, in 2008 is die neutraal geworden.

Dat blijkt uit een tweede meting die het ministerie van Defensie heeft laten doen naar de acceptatie van allochtone en islamitische collega's.

De gebruikte methode is internationaal erkend. Voor het onderzoek kregen ruim 4100 medewerkers een vragenlijst toegezonden, van wie bijna een derde reageerde.

Staatssecretaris Jack de Vries van Defensie stuurde het rapport vrijdag naar de Tweede Kamer.

Hogere rang positiever

Uit de meting blijkt dat medewerkers naarmate zij een hogere rang of schaal hebben, positiever denken over collega's.

Het minst positief zijn de manschappen, terwijl de opper- en vlagofficieren en het burgerpersoneel positiever zijn. Degenen met een hogere opleiding, vrouwen en beginnende dertigers zijn het meest positief.

Moslims

Ook de instelling tegenover moslims is neutraal. Defensie heeft deze houding dit keer ook bekeken vanwege het maatschappelijk debat, waarin de islam een grotere rol speelde. Maar ook omdat militairen steeds vaker uitgezonden worden naar islamitische landen.

De Vries stelt dat de verbetering het gevolg is van het actieplan diversiteit en de maatregelen die zijn genomen om het gedrag te verbeteren van militairen en burgers die bij Defensie werken.

Een betere houding zorgt er volgens hem voor dat de organisatie beter functioneert. De Vries is van plan de meting elke twee jaar te blijven uitvoeren.