UTRECHT - De kans is groot dat één Europese betaalmarkt, de Single Euro Payments Area (SEPA), leidt tot gemiddeld lagere kosten voor het betalingsverkeer binnen Europa.

Maar sommige landen, waaronder Nederland, zullen daar niet van meeprofiteren. Tot die conclusie komt onderzoekster Renske Overeem, verbonden aan de Universiteit van Utrecht.

Doordat alle nationale betaalsystemen zullen verdwijnen ten gunste van één geïntegreerde Europese betaalmarkt, moeten de huidige aanbieders van systemen internationaal opereren.

Aanbieders

Tot nu toe zijn er echter slechts twee aanbieders, Visa en MasterCard, die grensoverschrijdend werken. ''Dit potentiële duopolie kan leiden tot een verhoging van de kosten voor de consument omdat er nog geen concurrenten zijn'', aldus Overeem.

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) weerspreekt dat. ''Banken hebben afspraken gemaakt met de detailhandel dat de prijzen de komende vijf jaar niet worden verhoogd'', stelde een woordvoerder in een reactie.

Profiteren

Landen die een inefficiënt betalingssysteem hebben, zoals Italië en Spanje, zullen volgens Overeem profiteren van een internationaal systeem. Maar Nederland, dat het efficiënte en goedkope PIN kent, zal er eerder op achteruitgaan.

Volgens Overeem zou het dan ook goed zijn als Nederlandse banken zouden deelnemen in een heel nieuw betaalsysteem. ''Eventueel door het linken van PIN aan andere Europese systemen.''

Op 1 november wordt de volgende stap gezet op weg naar één Europese betaalmarkt. Op die datum worden de nationale overschrijvingen en incasso's omgezet in een Europese incasso.