STOCKHOLM - De laatste opiniepeilingen over het euroreferendum van zondag in Zweden hebben zaterdag geen duidelijke aanwijzing opgeleverd over de mogelijke uitslag. Wel is duidelijk dat de kiezers na de moord op minister Anna Lindh van Buitenlandse Zaken onzekerder zijn geworden.

De ja-stemmers zijn blijkens een peiling van het onderzoeksbureau Gallup, in opdracht van de krant Expressen en de zender TV4, nipt in de meerderheid, met 43 procent van de stemmen. De nee-stemmers zouden op 42 procent komen. Dat betekent dat 15 procent van de kiezers op de dag van de peiling, donderdag, nog niet wist wat zij gaan stemmen. Bij de vorige Galluppeiling zei 50 procent tegen invoering van de euro te gaan stemmen en 35 procent was voor.

Opiniepeiler Temo, die de stemming donderdag, na het overlijden van Lindh, onderzocht in opdracht van de krant Dagens Nyheter, telde 46 procent nee-stemmers en 40 procent voorstanders van de euro. Dat betekent een vermindering van de aanhang van beide kampen. Bij een vorige Temo-peiling stonden de tegenstanders op 48 procent en de voorstanders op 42 procent. Dat betekent dat er een stijging was van het aantal kiezers dat nog geen besluit heeft genomen, van 14 naar 10 procent.

Na de dood van Lindh zijn vier opiniepeilingen gehouden over het referendum. Bij twee stonden de nee-stemmers aan de leiding, bij een gingen voor- en tegenstanders gelijk op en in een peiling stonden de ja-stemmers voor.

Politieke analisten vrezen dat een 'nee' van de Zweedse kiezers gevolgen zal hebben voor de bereidheid van andere landen om de euro in te voeren.