STRESA - De Europese landen met de euro hebben zich keihard opgesteld bij aanvang vrijdagmiddag van een bijeenkomst van EU-ministers van Financiën. Terwijl Duitsland en vooral Frankrijk een versoepeling willen van vroegere afspraken om het begrotingstekort binnen de perken te houden, hebben de Nederlandse minister Zalm en zijn Oostenrijkse collega Grasser laten verstaan dat daarvan geen sprake kan zijn.

Hoewel het niet eens officieel op de agenda staat, is de toekomst van het zogeheten stabiliteitspact voor de euro het voornaamste discussiepunt in het Noord-Italiaanse stadje Stresa. Dat pact, afgesproken bij de invoering van de euro, regelt onder meer dat euro-landen het tekort op hun overheidsbegroting onder de procent van het bbp moeten houden, op straffe van boetes. Lage tekorten leiden tot een stabiele munt en een lage rente.

Maar Frankrijk en Duitsland dreigen volgend jaar voor de derde maal achtereen de grens te overschrijden. De Franse president Chirac liet in de marge van een ontmoeting met de Spaanse premier Aznar nog weten dat "het pact flexibel moet zijn".

Zalm wil daar niets van horen. "Wij hebben de soevereiniteit over onze munt opgegeven omdat we een zeer goed verdrag hadden. Als dat zeer goede verdrag niet wordt toegepast, hebben we een groot probleem", zei de minister vlak voor aanvang van de vergadering. Zijn Oostenrijkse collega Grasser pleitte voor sancties tegen landen met een te diep gat in de begroting, "anders zijn de regels niets waard".