AMSTERDAM - De winstgevendheid van de Nederlandse openbaarvervoerbedrijven staat sterk onder druk.

Dit is vooral te wijten aan de plicht die de overheid stelt om het bussenpark te vernieuwen en de prijzenslag op nieuwe concessies om marktaandeel te winnen. Dit blijkt uit de studie Bussen en de openbaarvervoermarkt van ING Lease Nederland en ING Economisch Bureau.

OV-bedrijven hebben in hun streven naar meer marktaandeel hun eigen winstgevendheid onder druk gezet door op nieuwe concessies in te schrijven op of onder de kostprijs, concluderen de onderzoekers.

Investeringen

Door de teruglopende winsten is het steeds lastiger om investeringen in nieuwe bussen uit eigen middelen te betalen. ''Meer dan de helft van de nieuwe bussen wordt inmiddels geleast en dat aandeel stijgt alleen maar'', voorspelt Edwin Olijerhoek van ING Lease Nederland.

Door Europese en Nederlandse wet- en regelgeving moeten bussen aan steeds strengere eisen voldoen op het gebied van milieu, veiligheid en toegankelijkheid. Zo zijn er bijvoorbeeld richtlijnen voor een verlaagde vloer.

Concessies

Hierdoor zijn bedrijven verplicht bij inschrijving op concessies nieuwe bussen aan te bieden, terwijl de economische levensduur van de oude bussen nog niet verstreken is. ''Dit leidt tot kapitaalvernietiging en vervroegde verkoop van relatief jonge tweedehandsbussen'', aldus Olijerhoek.

Sinds de invoering van de marktwerking in het openbaar vervoer in 2000 kampt het OV bovendien met hogere afschrijvingskosten.

Ook heeft de bedrijfstak volgens de ING-studie te lijden van bezuinigingen bij de rijksoverheid en een inconsistent en niet-uniform overheidsbeleid.