ZAANDAM - De beloning van bestuursvoorzitter Anders Moberg van Ahold wijkt "niet significant" af van die bij vergelijkbare ondernemingen en is "in feite lager" dan bij Amerikaanse branchegenoten. Ook mag niet worden vergeten dat Ahold in dit tijdsgewricht niet valt te vergelijken met een gewone onderneming.

Dat stelt president-commissaris H. de Ruiter van Ahold woensdag in een brief aan de pensioenfondsen ABP en PGGM. Daarmee reageert De Ruiter op de eis van deze twee aandeelhouders om de beloning van Moberg te verlagen. Volgens hem "is er een bepaald niet te verwaarlozen risico dat de nieuwe bestuursvoorzitter op enig moment in rechtszaken persoonlijk wordt betrokken".

Commotie

Afgelopen donderdag maakte het door boekhoudschandalen geplaagde supermarktconcern op een extra aandeelhoudersvergadering bekend dat Mobergs beloning kan uitdijen tot 10 miljoen euro per jaar. Zijn vertrekregeling kan net zo hoog oplopen. Die mededeling leidde tot grote commotie onder de aandeelhouders.

ABP en PGGM stelden als voornaamste kritiek dat Ahold in zijn handelswijze de aandeelhouders "volstrekt niet serieus" heeft genomen. De Ruiter erkent dat "de gang van zaken op de vergadering van aandeelhouders inderdaad minder gelukkig was".

Transparantie

Daarbij wijst de president-commissaris er wel op dat de raad van commissarissen en Moberg er echter ook voor hadden kunnen kiezen het beloningspakket van de nieuwe bestuursvoorzitter bekend te maken in de jaarrekening over 2003, die pas volgend jaar wordt gepresenteerd. Volgens hem heeft Ahold juist op deze manier laten zien transparantie belangrijk te vinden.