DEN HAAG - Concentratie op de Nederlandse stroommarkt is onvermijdelijk. Een fusie tussen Nuon en Essent en eventueel Eneco lijkt hierbij het meest waarschijnlijk. Het ontstaan van zo'n dominante marktpartij maakt het des te meer noodzakelijk dat er strengere regels komen, onder meer om de consumenten te beschermen.

Dat zei de energiespecialist van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, F. Crone, woensdag op een symposium in Den Haag. "Minder boksers in de ring, vraagt om scherpere regels", aldus het Kamerlid.

Kunstmatige schaarste

Vooral kleinere klanten kunnen de dupe worden omdat ze bij gebrek aan serieuze concurrentie "toch niet kunnen weglopen". Dominante reuzen die elektriciteit produceren, verkopen en leveren, kunnen de prijsvorming beïnvloeden door kunstmatig schaarste te creëren. Dat vraagt om regelgeving om dit soort praktijken te voorkomen, aldus Crone.

Volgens hem houdt minister Brinkhorst van Economische Zaken, die recent een serie voorstellen deed om de voorziening van elektriciteit te waarborgen, nog onvoldoende rekening met het ontstaan van een machtsblok in de Nederlandse stroommarkt.

Machtsmisbruik

Ook directeur G. Zijl van de Dte, toezichthouder op de energiemarkt, stelde dat een strengere controle op misbruik van marktmacht een absolute voorwaarde is voor verdere consolidatie op de elektriciteitsmarkt.

Uit een studie van het adviesbureau Deloitte & Touche blijkt dat een grote onderneming die zowel stroom produceert als levert, op de langere termijn de beste kans maakt om als middelgroot bedrijf in Europa te overleven. Zo'n "Nederlands kampioen" biedt volgens de onderzoekers ook de meeste garantie op positieve effecten voor de maatschappij, onder andere voor het milieu en de voorzieningszekerheid.

Ruimere blik

Essent en Nuon hebben eerder gespeculeerd op een fusie. Nuon-bestuursvoorzitter L. van Halderen pleitte in dat verband op de bijeenkomst opnieuw voor een ruimere blik van de mededingingsautoriteiten in Nederland. Hij wees erop dat de autoriteiten in Noorwegen, Oostenrijk en Frankrijk niet moeilijk doen over samenwerking tussen energiebedrijven, omdat zij de markt vanuit Europees perspectief bezien.