NEW YORK - Het Amerikaanse autoconcern General Motors (GM) heeft maandag bij een rechtbank in New York uitstel van betaling aangevraagd.

Het bedrijf, ooit de grootste autobouwer ter wereld maar al jaren zwaar verliesgevend, hoopt met miljardensteun van de Amerikaanse overheid een doorstart te kunnen maken.

Door de gang naar de rechter voorkomt GM voorlopig dat schuldeisers hun deel van de boedel kunnen opeisen. Het krijgt daardoor enkele maanden de tijd zijn schulden te saneren en een forse reorganisatie door te voeren.

Er gaan zeker elf fabrieken dicht. GM heeft de afgelopen jaren al tienduizenden banen geschrapt om de kosten terug te dringen.

Reactie Obama

De Amerikaanse president Barack Obama heeft maandag laten weten dat hij verwacht dat GM snel een doorstart zal kunnen maken. De Amerikaanse regering steekt nog eens ruim 30 miljard dollar (21 miljard euro) in het bedrijf.

De Canadese regering doet daar nog eens 9,5 miljard dollar (6,7 miljard euro) bij. Door deze steun komt GM voorlopig voor het overgrote deel in staatshanden.

De Amerikaanse regering kan rekenen op een belang van 60 procent, voor de Canadese overheid is 12 procent van de aandelen weggelegd. Andere aandeelhouders zullen de vakbonden (17,5 procent) en houders van schuldpapieren van GM (10 procent) zijn.

Compensatie

Aan het reddingsplan voor GM is de afgelopen weken koortsachtig gewerkt. Net als bij autofabrikant Chrysler wilde de regering-Obama voorkomen dat het tot een faillissementsafwikkeling zou komen.

Obligatiehouders, die 27 miljard dollar van GM tegoed hadden, stuurden daar wel lange tijd op aan, omdat zij zich niet konden vinden in de compensatie die hen werd geboden.

Na grote druk zijn de partijen in meerderheid akkoord met een plan dat voorziet in een gecontroleerde doorstart van het noodlijdende autoconcern.

Culturele erfgoed

Obama verdedigde maandag de steun die zijn regering aan de autosector geeft. Een ondergang van beide bedrijven zou tot ''enorme schade'' voor de Amerikaanse economie hebben geleid.

Miljoenen werknemers zijn van de Amerikaanse auto-industrie afhankelijk. Van belang is ook dat Detroit, waar GM, Chrysler en Ford hun thuisbasis hebben, tot het culturele erfgoed van de Verenigde Staten behoort.

De Amerikaanse president verzekerde maandag dat de overheid zich terughoudend zal opstellen ten opzichte van de dagelijkse bedrijfsvoering van GM. ''Bestuurders uit de auto-industrie nemen de besluiten om een ommekeer te bewerkstelligen bij deze onderneming.''

Opel

GM gaat verder zonder zijn Europese tak. Het belangrijkste onderdeel daarvan, Opel, werd afgelopen weekeinde verkocht aan de Canadese auto-onderdelenproducent Magna en diens Russische partners Sberbank en GAZ.

Opel krijgt bij deze doorstart steun van de Duitse overheid, omdat de autofabrikant een belangrijke werkgever is in Duitsland. Het Amerikaanse autoconcern Chrysler behaalde zondagavond een belangrijke overwinning.

Een Amerikaanse rechtbank gaf goedkeuring aan een reddingsplan, waarbij voor Fiat een cruciale rol is weggelegd. De Italiaanse autofabrikant gaat Chrysler helpen bij het bouwen van kleinere auto's.