BRUSSEL - De EU-landen hebben maandag definitief de 'blauwe kaart' geïntroduceerd, een werkvergunning voor knappe koppen van buiten Europa. De Europese kaart is een tegenhanger van de Amerikaanse 'greencard'.

Aanleiding is dat Europa momenteel maar weinig slimmeriken aantrekt. Van de werknemers is hier slechts 1,7 procent een hoogopgeleide niet-Europeaan. In Australië is dat 9,9 procent en in de VS is dat 3,2 procent.

De EU-landen hanteren voor de blauwe kaart dezelfde criteria. De knappe koppen uit bijvoorbeeld de VS of India moeten een werkcontract hebben met een loon dat minstens anderhalf keer hoger ligt dan het gemiddelde loon.

Recht

Iemand met een blauwe kaart heeft het recht om na 1,5 jaar in een ander EU-land te gaan werken. De kaart geeft ook snel recht op het overbrengen van gezinsleden naar Europa.

De EU-landen moeten de regels binnen twee jaar hebben ingevoerd. Het Europees Parlement wilde strengere criteria. Zo zou het loon minstens 1,7 maal van het gemiddelde moeten zijn.

Verzet

Europarlementslid Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) verzette zich tegen deze verscherping: ''Nederland heeft duizenden hoogopgeleide migranten nodig voor de technologische industrie.''

Nederland heeft al een eigen regeling om de hoogopgeleide niet-Europeanen binnen te halen. De Europese blauwe kaart moet deze regeling en die van de 26 andere EU-landen gelijktrekken.