AMSTERDAM - Meer mensen maken zich zorgen over het behoud van hun baan. Eind vorig jaar waren dat ruim één miljoen werknemers, ofwel achttien procent van de beroepsbevolking.

Dat is een stijging van twee procentpunt ten opzichte van de circa zestien procent van eind 2007, blijkt uit de donderdag gepresenteerde Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2008.

Het onderzoek is uitgevoerd door TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder 22 duizend werknemers tussen de 15 en 65 jaar.

Uitzendkrachten

Mannen tussen de 45 en 54 jaar en laagopgeleiden maken zich vaker zorgen over het behoud van hun baan dan vrouwen, jongeren en hoger opgeleiden. Werknemers van niet-westerse afkomst maken zich met dertig procent bijna twee keer zo veel zorgen.

Het meest bezorgd zijn echter de uitzendkrachten, met een toename met 34 procentpunt naar 43 procent. Van de uitzendkrachten ouder dan 24 jaar maakt zelfs meer dan de helft zich zorgen over het behoud van de baan. Ook mensen met een tijdelijk contract maken zich vaker zorgen.

Reorganisatie

Zorgen over baanbehoud komen het meeste voor in de sectoren vervoer en communicatie. Samen met de horeca stegen de zorgen in deze sectoren ook het sterkst, melden de onderzoekers.

Verder geeft veertig procent van de werknemers aan dat er eind 2008 in hun organisatie een veranderingsproces aan de gang was, zoals een reorganisatie, overname, fusie of inkrimping.

Ook dit zorgt voor angst om baanverlies. Wanneer sprake is van inkrimping met gedwongen ontslagen gaven twee op de vijf werknemers aan dat zij zich zorgen maken over het behoud van hun baan.