DEN HAAG - De Nederlandse staat betaalt de kosten die ontstaan door het verhogen van de garantieregeling voor gedupeerde spaarders bij de IJslandse internetbank Icesave. Minister Wouter Bos (Financiën) heeft dat woensdag aan de Tweede Kamer laten weten.

Spaartegoeden bij Icesave zijn tot 100.000 euro gegarandeerd. IJsland betaalt daarvan de eerste 20.000 euro aan spaarders en leent daarvoor ongeveer 1,3 miljard euro van Nederland.

De tweede 20.000 euro wordt voor 90 procent betaald door alle Nederlandse banken tezamen. Dat kost in totaal ongeveer 200 miljoen euro.

Spaarders

Spaarders die meer dan 40.000 en minder dan 100.000 bij Icesave hadden staan, worden voor de laatste 62.000 euro nu door Bos te hulp geschoten. Dat gaat de schatkist ongeveer 100 miljoen euro kosten.

Oproep

Bos komt met zijn besluit tegemoet aan een oproep van de banken, die vonden dat zij niet de dupe mochten worden van de ellende bij Icesave en het besluit van de minister om het maximum aan gegarandeerd spaargeld te verhogen naar 100.000 euro.

Bos was het daar mee eens. Het besluit tot verhoging was genomen tijdens een overleg met Europese collegaministers en Bos had er niet met de banken over kunnen overleggen.

Geld

De gedupeerde spaarders krijgen vanaf 10 december en bij voorkeur nog vóór kerst het geld terug dat ze in IJsland hadden gestald. Als de IJslandse autoriteiten daartoe nog niet in staat zijn, zal De Nederlandsche Bank het geld voorschieten, zei Bos woensdag in de Tweede Kamer.

De 469 Nederlanders die meer dan een ton op hun IJslandse spaarrekening hadden staan, kunnen zich aansluiten bij de Nederlandse lokale overheden die als schuldeiser hopen nog iets uit de failliete boedels van IJslandse banken terug te krijgen.