DEN HAAG - Het in tien jaar tijd geleidelijk verbieden van nertsenfokkerijen zou Nederland 536 miljoen euro kosten. Dat staat in een rapport van het onderzoeksinstituut LEI.

De berekening speelt een rol in het debat over een wetsvoorstel om de nertsenfokkerij te verbieden.

De SP en de PvdA hebben in oktober een initief-wetsvoorstel voorgelegd aan de Tweede Kamer. Christen Unie en PVV kunnen de doorslag geven. Zij staan sympathiek tegenover het verbod, maar zien ook op tegen de kosten om de nertsenhouders schadeloos te stellen.

Bij een geleidelijke afbouw van de sector, waardoor de investeringen over meerdere jaren afgeschreven kunnen worden, zijn de kosten voor de overheid minder.

Verplaatsing

CDA-Tweede Kamerlid Ger Koopmans ziet in het rapport een reden te meer om tegen het verbod te zijn: "Een half miljard om een sector kapot te maken, gekker moet het niet worden." Het CDA denkt dat een eenzijdig verbod in ons land alleen maar zal leiden tot verplaatsing van nertsenhouderijen naar landen, waar men het minder nauw neemt met dierenwelzijn.

De afgelopen jaren bleef het aantal nertsenhouders gelijk, maar hun bedrijven groeiden enorm. De 164 fokkerijen houden samen 900.000 moedernertsen, ruim 40 procent meer dan vier jaar geleden.

5 Miljoen

De nertsjes die zij in een jaar voortbrengen zijn goed voor vijf miljoen pelzen, waarmee Nederland na Denemarken en China de grootste nertsenpelzenproducent is. Een pels kost nu 31 euro, vijf euro meer dan vier jaar geleden.

Hoe duurder een pels, hoe duurder het saneren van de bedrijven. Een gemiddeld bedrijf is ruim drie miljoen euro waard. Alle bedragen lagen een jaar geleden nog flink lager. Als nu besloten wordt de nertsenfokkerij ineens te verbieden zou het de schatkist 639 miljoen euro lichter maken.