DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer wil de grenzen voor Roemeense en Bulgaarse arbeidsmigranten drie jaar dichthouden.

Zowel regeringspartijen CDA en PvdA als SP, VVD en PVV in de oppositie vinden het besluit van minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) om voorlopig tot 1 juli volgend jaar de toelating van deze Oost-Europese werknemers te beperken, onvoldoende.

Dat bleek dinsdag bij de behandeling van de begroting Sociale Zaken in de Tweede Kamer. Nu hebben inwoners van Roemenië en Bulgarije, sinds vorig jaar lid van de Europese Unie, hier nog een werkvergunning nodig.

Volgens Europese afspraken moet Nederland voor 1 januari besluiten of en hoe de toegang voor deze werknemers beperkt moet blijven; anders gaan de grenzen helemaal open.

Uitbuiting

Een Kamermeerderheid drong eerder aan een pas op te plaats te maken met het toelaten van meer Oost-Europees personeel, omdat er veel problemen zijn met uitbuiting en huisvesting van veel Poolse werknemers.

Ook Donner wilde voorlopig de grenzen dichthouden, onder meer wegens de verslechterde economie.

Uitstel

CDA-Kamerlid Eddy van Hijum vraagt zich af waarom de CDA-bewindsman maar voor een half jaar uitstel kiest en niet de volledige termijn van drie jaar uitstel benut. "Dan kunnen we altijd nog tussentijds besluiten de grenzen eerder open te stellen, als we dat willen."

Verder vraagt het Kamerlid zich af in hoeverre het toenemend aantal Oost-Europese werknemers een beroep kan doen op de sociale zekerheid.

Hij vroeg met de VVD aan Donner te kijken of de WW en bijstand aangepast kunnen worden, om een aanzuigende werking te voorkomen bij mensen uit landen waar de lonen en sociale voorzieningen minder zijn dan deze uitkeringen.