UTRECHT - Nederland afficheert zich als een lagelonenland en niet als een trendsettende kenniseconomie. Dat zegt CAO-coördinator Rienk van Splunder van de vakcentrale CNV in een interview met het ANP. Het kabinet en werkgevers focussen zich volgens hem teveel op één punt: loonmatiging.

Het kabinet, de vakbeweging en werkgevers hebben begin deze maand weliswaar afgesproken dat ze de komende tijd gaan bekijken hoe de productiviteit van het bedrijfsleven kan verbeteren door het stimuleren van innovatie en scholing. Maar volgens Van Splunder is dat onvoldoende. "Nu de werkloosheid in Nederland sneller stijgt dan in de ons omringende landen, lijkt loonkostenmatiging weer het enige antwoord te zijn van kabinet en werkgevers."

Productiviteitverbetering

De CAO-coördinator wil aan de hand van zijn discussienota 'Innovatie op tafel' met de elf CNV-bonden bespreken hoe tijdens de CAO-onderhandelingen volgend jaar de aandacht verlegd kan worden van lonen naar productiviteitverbetering. "Wij vragen onszelf af wat wij als vakbeweging kunnen doen om de Nederlandse economie meer innoverend te maken. Dat is eigenlijk niet veel. Wij kunnen alleen wat doen aan de CAO-tafel."

Het is volgens Van Splunder vooral het bedrijfsleven zelf dat moet investeren en het kabinet dat met beleid, vooral op het gebied van onderwijs, kan ondersteunen. Ook moet de overheid volgens hem haast maken met de oprichting van een zogeheten innovatieplatform, dat meer vernieuwing in de productie van het bedrijfsleven moet stimuleren.

Andere structuur

Loonmatiging was volgens Van Splunder in de jaren tachtig nog een adequate manier om de economische tegenwind het hoofd te bieden. "Begin jaren negentig werkte het ook nog in combinatie met flexibilisering van de arbeid. De structuur van onze economie is echter nu behoorlijk anders", stelt hij.

Volgens de CAO-coördinator is de Nederlandse economie meer afhankelijk van de wereldhandel geworden. Een groot deel van de oude productie-industrie is de afgelopen twintig jaar naar het buitenland verdwenen. "Dan kan je wel blijven proberen de lonen te matigen, maar andere landen doen dat ook en er zijn altijd landen die dat beter kunnen dan wij." Hij wijst onder meer op de voormalige Oost-Europese landen die volgend jaar toetreden tot de Europese Unie.

Slimmer werken

"Het Nederlandse bedrijfsleven wordt alleen concurrerender door het maken van nieuwe producten en het verbeteren van productie- en werkprocessen. We moeten slimmer gaan werken, niet zozeer goedkoper. Door betere productieprocessen stijgt bovendien de arbeidsproductiviteit en worden de loonkosten per saldo ook lager", verklaart Van Splunder.

Hij hekelt ook de roep van werkgeversorganisatie VNO-NCW om de gemiddelde werkweek te verhogen naar veertig uur. "Naast dat we vooral slimmer moeten gaan werken, moet dat ook gezonder. De arbeidsproductiviteit stijgt ook als werknemers minder ziek zijn en daardoor meer kunnen doorwerken."

Flexibele werktijden

De CAO-coördinator van het CNV is wel voor meer flexibele werktijden. "Voor zowel werkgevers als werknemers. Zij moeten in onderling overleg de werktijden over de dag, de week of zelfs het jaar kunnen afstemmen op de omstandigheden. Werknemers moeten meer mogelijkheden krijgen om arbeid met zorg en scholing te combineren.

Werkgevers moeten ook met arbeidstijden kunnen spelen op de momenten dat er meer werk te doen is of juist als het rustig is.''

Tijdens de CAO-onderhandelingen volgend jaar wil Van Splunder ook inzetten op meer flexibele werktijden. Verder moet volgens de CAO-coördinator in de onderhandelingen meer de nadruk komen te liggen om te investeren in kennis van werknemers. "Nu domineert de loonvraag nog teveel het CAO-overleg."