DEN HAAG - Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat onderzoeken of er gemeenten en provincies zijn die geld hebben geleend om dat vervolgens tegen een hogere rente bij een andere bank weg te zetten. Dat zou in strijd zijn met de wet- en regelgeving.

Dat heeft staatssecretaris Ank Bijleveld van Binnenlandse Zaken vrijdag aangekondigd. Vijftien gemeenten, twee provincies en een waterschap hebben in totaal 225,8 miljoen euro uitstaan bij de noodlijdende banken Lehman Brothers, Landsbanki Islands en Kaupthing HF Investment Bank. Dat blijkt uit een inventarisatie die Bijleveld naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Huishouding

Volgens haar is het financiële probleem van de provincies en gemeenten, afgezet tegen hun totale vermogensposities, "te overzien". Er zijn geen gemeenten, provincies of waterschappen waarvan de financiële huishouding hierdoor wordt bedreigd, stellen de financiële toezichthouders.

Bijleveld besloot begin deze week de problemen in kaart te brengen nadat de ene na de andere gemeente aangaf geld te hebben geparkeerd bij banken die door de internationale kredietcrisis zijn geraakt. Twee provincies (Noord-Holland en Groningen) blijken samen ruim 128 miljoen te hebben uitstaan.

Waterschap

Bij de vijftien gemeenten gaat het om ruim 92 miljoen euro. Koploper is Amstelveen met bijna 15 miljoen, gevolgd door Goes en Pijnacker-Nootdorp met beide 12 miljoen euro. Van de grote steden dreigt alleen Den Haag 10 miljoen euro te verliezen. Het waterschap Roer en Overmaas heeft 5 miljoen euro uitstaan.

Bijleveld spreekt dinsdag namens het kabinet met gemeenten en provincies over de problemen die zijn ontstaan. Ook kijken ze tijdens dat overleg naar de lessen die kunnen worden getrokken, bijvoorbeeld voor het financieel toezicht en de wet die de financiering van decentrale overheden regelt.

Het kabinet noemde eerder als mogelijkheid om overheden te verplichten via de Bank Nederlandse Gemeenten of de schatkist te bankieren.

Alles over de kredietcrisis op NUzakelijk.nl.