DEN HAAG - Nederland wil dat de lidstaten van de Europese Unie zelf een reserve aanleggen waarmee financiële instellingen in nood kunnen worden geholpen. In onderling overleg zou moeten worden vastgelegd wanneer moet worden ingegrepen bij banken of verzekeraars.

In het voorstel van premier Jan Peter Balkenende en minister Wouter Bos (Financiën) gaat het per land om 3 procent van het bruto nationaal product. Voor ons land gaat het om een reserve van ongeveer 18 miljard euro. Bos heeft dat donderdag gezegd.

Volgens de minister zou er "een geweldig signaal van vertrouwen" uitgaan van de noodreservering. De EU-lidstaten zouden dan laten zien "dat we er tegenop gewassen zijn als er iets gebeurt".

Balkenende bespreekt het voorstel donderdag met de Franse president Nicolas Sarkozy, bij wie de premier in Parijs op bezoek gaat. Ze bespreken de gevolgen van de internationale kredietcrisis. Frankrijk is momenteel voorzitter van de Europese Unie.

Gelekt

Volgens Bos is het plan door Nederland bedacht, maar door Frankrijk naar de pers gelekt, zei hij donderdag in de Tweede Kamer. Het Franse voorstel "leek wel heel erg veel op wat wij de afgelopen weken hebben ingebracht".

In de Kamer riep het plan veel vragen en ook nogal wat scepsis op. SP-Kamerlid Ewout Irrgang concludeerde dat het om een papieren constructie gaat en niet om een echt fonds. "Noem het zoals u wilt", kreeg hij van Bos te horen.

Risico's

PVV en D66 vroegen zich hardop af of de overheid met zo'n fonds banken juist niet de ruimte geeft om nog meer risico's te nemen. Volgens Bos moet een fonds juist een prikkel zijn voor financiële instellingen om niet in de gevarenzone te komen.

"Geen bank kijkt reikhalzend uit naar het moment dat ze genationaliseerd wordt."