UTRECHT/PARIJS - De uitgaven voor onderwijs blijven in Nederland achter bij die in de gemiddelde lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Nederland gaf in 2005 5,1 procent van het bruto nationaal product (bnp) aan onderwijs uit. Het OESO-gemiddelde was toen 5,8. Dat blijkt uit het rapport Education at a glance, dat de in Parijs gevestigde organisatie dinsdag publiceerde. De uitgaven voor onderwijs daalden in 2005 met 0,1 procentpunt. Het jaar daarvoor waren ze licht gestegen.

Landen als Finland, Denemarken en de Verenigde Staten gaven in 2005 gemeten aan het bnp meer uit aan onderwijs. Voor België, waar in 2005 6,1 procent van het bnp naar onderwijs ging, geldt hetzelfde.

Rapport

Uit het rapport blijkt dat in vrijwel alle landen leraren in het basis- en voortgezet onderwijs ongeveer 38 weken per jaar lesgeven. Mexico en Denemarken steken daar met 42 weken boven uit. In Nederland zit het basisonderwijs met veertig weken daartussenin. In het Nederlandse voortgezet onderwijs geven de docenten drie weken minder les.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) concludeert uit het onderzoek dat de werkdruk in het onderwijs in Nederland hoger is dan in de meeste andere OESO-landen. De Nederlandse scholen bieden veel lesuren per week aan en de Nederlandse docenten in het basis- en voortgezet onderwijs geven veel les.

Voorbereiding

Zij hebben in vergelijking met hun collega's in andere landen weinig tijd voor de voorbereiding van hun lessen, het nakijken van proefwerken en de professionalisering van hun werkzaamheden.