DEN HAAG - Jongere werklozen tot 23 jaar die niet direct aan het werk te helpen zijn, moeten rekenen op een lagere uitkering dan de bijstand voor volwassenen.

Met de zogenoemde werkleerplicht moeten gemeenten jongeren die aankloppen voor een uitkering eerst een aanbod voor werk en/of leren doen. Eventuele inkomensondersteuning die daarbij nodig is, bedraagt maximaal circa 640 euro netto per maand.

Over dat voorstel van staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) heeft het kabinet zich vrijdag in de ministerraad gebogen. Het plan wordt binnenkort verder besproken.

Prikkelen

De bedoeling is om met de werkleerplicht werklozen tot 27 jaar te prikkelen zo snel mogelijk aan de slag te gaan. Dat de nieuwe inkomensvoorziening uitgaat van een lagere uitkering voor jongeren tot 23 jaar, heeft te maken met het minimumjeugdloon dat voor deze groep geldt.

Het jeugdloon is flink lager dan het minimumloon, waarop de hoogte van de bijstand is gebaseerd. Verder krijgen veel van deze jongeren al geen volledige uitkering, omdat een onderhoudsplicht voor de ouders geldt.

Uitzonderingen

In het plan van Aboutaleb wordt wel een uitzondering gemaakt voor jongeren die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien door bijvoorbeeld een handicap of de zorg voor kleine kinderen.

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer eiste in april ook dat jongeren die ondanks een gemeentelijk aanbod voor leren en werken niet voldoende inkomen kunnen verdienen, ondersteuning krijgen op bijstandsniveau.

VNG

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is kritisch over het plan. De gemeenten zijn het met Aboutaleb eens dat jongeren zoveel mogelijk gestimuleerd moeten worden om aan de slag te gaan, maar de lokale overheden willen wel de huidige bijstandsnormen handhaven.

Vooral de grote steden zijn bang dat jongeren zich anders niet meer melden en op het slechte pad belanden.

Eind maart hadden ongeveer 25.500 jongeren tot 27 jaar een bijstandsuitkering.