UTRECHT - Ondanks de verminderde koopkracht laten Nederlanders honderden euro's aan besparingen liggen. Met weinig moeite kunnen huishoudens jaarlijks gemiddeld 350 euro per jaar bezuinigen.

Dat concludeert het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) in een zaterdag gepubliceerd onderzoek. Het instituut heeft samen met de consumentenorganisatie Milieu Centraal ruim 6000 personen de 'Nationale Bespaartest Minder Uitgaven, Meer Milieu' laten invullen.

Er wordt vooral kwistig omgesprongen met energie. Op het gebied van energiegebruik in huis kan per jaar gemiddeld ruim 160 euro bespaard worden. Wel wassen de meeste ondervraagden volgens het NIBUD veelal hun kleding bewust in een volle trommel en zetten ze de verwarming niet extreem hoog, maar wordt er niet of nauwelijks gebruik gemaakt van bijvoorbeeld spaarlampen en waterbesparende douchekoppen.

Ook worden veel onnodige kilometers gereden met de auto en dan vaak nog eens met zachte banden, wat meer benzine kost. Hierdoor betalen de ondervraagden jaarlijks 100 euro te veel.

Voedselverspilling

Daarnaast is vaak sprake van voedselverspilling. De deelnemers aan de test zeiden per jaar voor bijna 90 euro aan brood, zuivel, vlees, groente en fruit onaangeraakt in de vuilnisbak te gooien. Het NIBUD vermoedt echter dat mensen meer etenswaren verspillen dan ze zeggen. Uit eerder onderzoek zou blijken dat een gemiddeld huishouden jaarlijks voor 330 euro aan voedsel weggooit.

Jeugd bespaart minst

Jongeren geven volgens het NIBUD het makkelijkst geld uit. Naarmate de leeftijd vordert weten Nederlanders meer euro's te besparen. De ondervraagden in de leeftijdsgroep van 19 tot en met jaar laten jaarlijks 413 euro liggen. De volgende generatie (26 tot en met 45 jaar) verspilt elk jaar 367 euro. Boven de 45 jaar wordt gemiddeld 295 euro te veel uitgegeven.

Tussen alleenstaanden en gezinnen met kinderen is volgens het NIBUD niet veel verschil in het bedrag dat ze nog kunnen besparen. Ook gaan mensen met een bovenmodaal inkomen niet veel kwistiger met hun geld om dan ondervraagden met een lager salaris. Volgens het instituut wonen mensen met een benedenmodaal inkomen vaker in een huurhuis, waardoor ze minder mogelijkheden hebben om energiebesparende aanpassingen in hun woning aan te brengen.