VOORRBURG - Werknemers zijn straks vaker van allochtone afkomst dan nu. De groei van de potentiële beroepsbevolking zal de komende jaren vooral bestaan uit niet-westerse allochtonen. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag bekendgemaakt.

De beroepsbevolking zal tussen 2003 en 2010 toenemen van 10,9 miljoen tot 11,1 miljoen mensen en daarna stabiliseren. Het aantal autochtone werknemers blijft tot 2010 schommelen rond de 8,8 miljoen mensen om daarna te dalen naar 8,3 miljoen in 2020.

Tegelijkertijd verwacht het CBS een stijging van het aantal niet-westerse allochtone werknemers van 1,1 miljoen tot 1,8 miljoen. Daarmee neemt het aandeel van deze groep in de beroepsbevolking toe van 10 naar 16 procent.

Het CBS verwacht na jaren van vergrijzing de komende jaren weer een groei van het aantal jongeren in de beroepsbevolking, vooral onder niet-westerse allochtonen. Het aantal jongeren (15 tot 30 jaar) daalde tussen 1996 en 2003 van 3,3 naar 3 miljoen, maar zal tot 2020 stijgen naar 3,2 miljoen. Het aantal niet-westerse allochtone jongeren groeit van 450.000 nu naar 650.000 in 2020.

Onder de dertigers en veertigers is de arbeidsdeelname traditioneel het hoogst. Deze groep zal de komende jaren echter sterk afnemen. Het CBS telt nu ongeveer 5,1 miljoen mensen in de groep 30- tot 50-jarigen. Dat zullen er in 2020 ongeveer 4,3 miljoen zijn. Deze daling doet zich vooral voor bij de autochtonen. Bij niet-westerse allochtonen wordt nog een groei verwacht.

Het aantal ouderen in de beroepsbevolking neemt de komende decennia flink toe. Nu zijn er circa 2,9 miljoen 50- tot -jarigen. In 2020 zijn dat er 3,6 miljoen. "De bijdrage van niet-westerse allochtonen aan deze groei is beperkt", aldus het CBS.