DEN HAAG - Een meerderheid van de Tweede Kamer is bezorgd over gebrek aan banen voor jonggehandicapten die straks te maken krijgen met ingrepen in hun Wajong-uitkering.

Zowel regeringspartijen CDA en PvdA als de linkse oppositiepartijen SP en GroenLinks vinden dat de kansen op werk voor deze groep, vooral door betere scholing, vergroot moet worden.

De Tweede Kamer praat woensdag met minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) over hervorming van de Wajong, een uitkering voor mensen die van jongs af aan arbeidsongeschikt zijn.

Volgens PvdA-kamerlid Hans Spekman komen Wajongers nu nauwelijks aan de slag, omdat er "een groot gapend gat" zit tussen de uitkering en onderwijsvoorzieningen. "Het is een groep die graag wil werken, maar door de regelingen vermorzeld wordt", zei Spekman dinsdag.

Hervormen

Het kabinet wil de Wajong vanaf 2010 hervormen voor nieuwe gevallen. Nu worden volgens Donner veel jonggehandicapten ten onrechte op hun 18e jaar volledig afgekeurd voor de arbeidsmarkt, terwijl zij best kunnen werken.

De jongeren die deels nog kunnen werken, moeten straks zoveel mogelijk aan de slag. Naast de uitkering mogen deels arbeidsongeschikte jongeren van elke euro die ze met hun baan verdienen 50 cent houden. Daarbij geldt dat ze bij elkaar niet meer dan 100 procent van het minimumloon mogen ontvangen.

120 procent

Volgens de linkse partijen PvdA, SP en GroenLinks moeten Wajongers met betaald werk hun uitkering tot 120 procent van het minimumloon kunnen aanvullen. ,,Het is niet goed dat mensen op hun 18e worden afgeschreven, maar werken moet wel lonen. Mensen moeten boven het minimumloon kunnen uitstijgen als ze hun capaciteiten maximaal benutten'', aldus Ineke van Gent van GroenLinks.

De VVD daarentegen vindt dat de keuringen voor de Wajong nog strenger kunnen. Mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en deels kunnen werken, moeten net als in de nieuwe WAO - de WIA - ook maar een gedeeltelijke uitkering krijgen.