LONDEN - De olieprijs is maandag naar een nieuw record gestegen van ruim boven de 143 dollar per vat, vooral door toenemende spanningen tussen Israël en Iran over het nucleaire programma van Teheran.

Een vat lichte Amerikaanse olie steeg in Londen naar een recordniveau van 143,67 dollar per vat (van 159 liter). Het vorige record van 142,99 dollar per vat werd afgelopen vrijdag bereikt.

De olieprijs is sinds begin dit jaar al met meer dan 40 procent gestegen.

Controles

Iran liet afgelopen weekeinde weten dat het controles zal instellen op de scheepvaart in de Golf van Perzië en de Straat van Hormuz in het geval van een Israëlische aanval op zijn kerninstallaties. Door die druk bevaren waterwegen wordt ongeveer 40 procent van de in de wereld verhandelde aardolie vervoerd.

Op het World Petroleum Congress in Madrid gaf Shell-topman Jeroen van der Veer maandag aan dat speculanten niet de schuld moeten krijgen van de hoge olieprijs. Hoewel er volgens Van der Veer zeker geen sprake is van een tekort aan olie op de markt, ziet hij geen bewijzen van hogere prijzen door speculatie.

Marktomstandigheden

Het wordt wel steeds moeilijker om olie te produceren. Volgens Van der Veer weerspiegelen de huidige marktomstandigheden dan ook de verwachte toekomstige problemen. "Er is nog maar weinig makkelijke olie. Bijna alle nieuwe olie zal moeilijk zijn."

BP-bestuursvoorzitter Tony Hayward deed prijsopdrijving door speculanten ook af als een mythe. "De recordprijzen vertellen ons dat het aanbod niet genoeg reageert op de vraag."