DEN HAAG - Het gemiddeld aantal uren dat vrouwen per weekwerken is tussen 1975 en 2000 meer dan verdubbeld. Mannen gingen indiezelfde periode niet korter werken. De hoeveelheid vrije tijd vande Nederlandse bevolking nam daardoor per saldo af. Het percentagevan de bevolking dat arbeids- en zorgtaken combineert is dan ookgegroeid van 14 tot 34 procent.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en CultureelPlanbureau (SCP), dat dinsdag is verschenen. In het onderzoek wordtingegaan op de manier waarop de Nederlander zijn tijd besteed en opde toegankelijkheid van private en publieke voorzieningen.

Traditioneel arbeidsritme

Hoewel de bevolking in totaal meer is gaan werken, is er van een-uurseconomie nog geen sprake, aldus de onderzoekers. De meestebanen kennen nog het traditionele arbeidsritme. Het percentagewerknemers dat thuis werk verricht is tussen 1975 en 2000 welgegroeid van 15 naar 23 procent, maar voor 39 procent vindt ditthuiswerk nog in de avonduren plaats. Thuiswerk is dan ook vooralnog overwerk, concludeert het SCP.

Werknemers hechten veel belang aan zeggenschap over de tijdenwaarop ze werken. Ze vinden dat zelfs belangrijker dan demogelijkheid meer of minder te werken. Hoogopgeleide mannen blijkenbeduidend meer zeggenschap te hebben over hun arbeidstijd danlaagopgeleide vrouwen.

Buitenschoolse opvang

Ouders met kinderen tussen de 4 en de 12 jaar maken nog niet opruime schaal gebruik van buitenschoolse opvang. Tussenschoolseopvang (het overblijven) is wel ingeburgerd. Ook vanopvangmogelijkheden voor kinderen tussen de nul en drie jaar wordtin toenemende mate gebruik gemaakt.

Gemiddeld 44 procent van de burgers is niet tevreden over deinformatievoorziening over verschillende publieke en privatediensten. Vooral over het aanvragen van bouwvergunningen,nutsvoorzieningen en de communicatie met internetproviders heerstonvrede.

Hoewel in 2000 nog 80 procent van de winkels en commerciëlediensten om 18.00 uur de deuren sloot, heeft een grote meerderheidvan de Nederlanders geen behoefte aan verdere verruiming vanopeningstijden. Onder de 16 procent die wel ruimere openingstijdenwenst, bevinden zich veel jongeren en hogeropgeleiden.