DEN HAAG - De economische groei van ons land zal volgend jaar 1,25 procent bedragen, voorspelt het Centraal Planbureau (CPB). Dat is een half procent minder dan het CPB in maart nog voorspelde.

Dit staat in een prognose die is opgesteld voor het kabinet in verband met de voorbereiding van de begroting op Prinsjesdag.

Voor dit jaar wordt nog een groei van 2,25 procent verwacht. Kredietcrisis en hoge olieprijzen spelen ons land parten. De hoge olieprijzen wakkeren de inflatie aan.

Dit jaar komt de inflatie een kwart procent hoger uit dan tot dusver verwacht, maar zal volgend jaar oplopen naar 3,5 procent.

Koopkracht

Over de hele linie gerekend zal de koopkracht volgend jaar slechts met een kwart procent stijgen, waar tot dusver gerekend werd op een stijging van 1 procent.

Het beeld verschilt voor de afzonderlijke inkomensgroepen. Zo gaan bij ongewijzigd beleid alleenstaanden en AOW'ers met een minimumuitkering er een half procent op achteruit.

Olieprijzen

De hoge olieprijzen leiden tot meer aardgasbaten voor de overheid en een toename van het overschot op de begroting. Dit jaar is dat zogeheten EMU-saldo slechts 0,1 procent hoger dan tot dusver verwacht en zal uitkomen op 1,2 procent.

Volgend jaar zal dat saldo uitkomen op 1,8 procent, maar minister Wouter Bos van Financiën mag zich niet rijk rekenen. Het zogeheten "robuuste" saldo, dat rekening houdt met incidentele meevallers en dat relevant is voor het begrotingsbeleid, zal flink lager zijn dan die 1,8 procent.