DEN HAAG - Defensie zag het afgelopen jaar 250 leidinggevende officieren en onderofficieren onverwacht vertrekken, een stijging in vergelijking met de situatie in 2005.

Het ministerie van Defensie heeft dat woensdag gemeld. Het gaat om zeer ervaren mensen in rangen als majoor, kapitein of sergeant-majoor.

Bekend was al dat Defensie met personeelsproblemen kampt. Er zijn al plannen aangekondigd om 6000 nieuwe militairen te werven.

Zorgen

De militaire vakbond VBM/NOV maakt zich grote zorgen over het vertrek van de ervaren krachten. Voorzitter Jean Debie stelt dat zijn leden nu snel resultaat willen zien van acties om meer mensen te behouden voor Defensie.

De druk op officieren en onderofficieren om steeds opnieuw op missie te gaan is volgens hem groot. "Dan is het begrijpelijk dat zo iemand met een gezin op een gegeven moment voor zijn familie kiest."

Populariteit

Defensie wijst op de populariteit van de opleiding voor officieren, er zijn meer aanmeldingen dan plaatsen. Maar die extra aanmeldingen bij de Nederlandse Defensie Academie bieden volgens Debie vooralsnog geen soelaas.

"Voordat deze mensen voldoende opgeleid zijn, zijn we heel wat jaren verder." Debie vreest dat nog voor het einde van de missie in Afghanistan de uitvoering van operaties in de knel kan komen, als het vertrek van leidinggevenden blijft aanhouden.

De Vries

Defensie spreekt de zorgen over de toename van vertrekkende officieren niet tegen. Dat zou op termijn tot problemen kunnen leiden, stelde staatssecretaris Jack de Vries (Defensie) eerder al. Maar voor de huidige missie leidt dat niet tot problemen.

Het ministerie meldt verder dat zich op dit moment juist veel jonge onderofficieren hebben aangemeld voor de versnelde opleiding op de academie. Ook dat is een Uruzgan-effect, stelt het ministerie.