DEN HAAG - Veel bedrijven betalen ten onrechte premies aan CAO-fondsen in tijden dat een CAO voor hen nog niet geldt. Uit een onderzoek naar twintig van de 169 fondsen blijkt dat het gaat om bijna 30 miljoen euro. Mogelijk gaat het bij vele andere fondsen opgeteld om tientallen miljoenen euro's extra. Dat concludeert CAO-deskundige H. Vogels in een rapport dat vrijdag is verschenen.

Werkgevers- en werknemersorganisaties maken in een CAO afspraken over onder meer loon, werktijden en scholing. Die afspraken gelden in eerste instantie alleen voor de aangesloten bedrijven en werknemers.

Pas als het ministerie van Sociale Zaken de CAO algemeen verbindend verklaart (avv) voor de hele branche, moeten ook niet-aangesloten bedrijven en werknemers premies voor uitkerings- en sociale fondsen betalen.

Tussen de CAO en het avv-en zit gemiddeld echter een halfjaar, zo becijferde Vogels bij zijn onderzoek naar de periode 1999-2001. In die periode krijgen niet-aangesloten bedrijven wel een rekening van de diverse CAO-fondsen.

Vogels baseerde zijn onderzoek grotendeels op gegevens van het ministerie van Sociale Zaken. Volgens de sociaal-econoom kunnen de uitkomsten grote gevolgen hebben voor de CAO-fondsen, stichtingen die door vakbonden en werkgevers zijn ingesteld. De Hoge Raad bepaalde al in 1983 dat ongebonden bedrijven en werknemers de premies over de periode dat de CAO nog niet algemeen geldt, kunnen terugeisen.