DEN HAAG - De gemeente Amsterdam krijgt geen extra geld van het Rijk voor het tekort bij de aanleg van de Noord-Zuid metrolijn. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Tineke Huizinga van Verkeer vrijdagavond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Amsterdamse afdeling van de PvdA pleitte vorige week voor een grotere rijksbijdrage voor het project, dat de laatste jaren steeds weer het nieuws haalt met kostenoverschrijdingen en vertragingen.

Onlangs maakte wethouder Tjeerd Herrema (Verkeer en Vervoer) bekend dat de aanleg van de metrolijn, die Amsterdam-Noord met de Zuidas moet verbinden, nog eens twee jaar extra vertraging heeft opgelopen. De lijn is op z'n vroegst in 2015 klaar.

Afspraken

In 2002 hebben Amsterdam en het Rijk afspraken gemaakt over de financiering van het project. In ruil voor een extra rijksbijdrage van 85 miljoen euro ging de stad ermee akkoord dat het zelf de verdere financiële risico's voor het project zou dragen.

Die blijken nu echter veel groter dan destijds verwacht. De kosten voor de metrolijn waren in eerste instantie begroot op 1,46 miljard euro, waarbij de lijn in 2011 aangelegd zou zijn.

Inmiddels zijn de bouwkosten opgelopen tot 2,2 miljard euro. De bijdrage van de gemeente Amsterdam zou op dit moment ongeveer 900 miljoen euro bedragen.

'Belazerd'

SP-parlementariër Emile Roemer had vragen gesteld aan Huizinga naar aanleiding van uitlatingen van oud-wethouder Geert Dales in Het Parool. Dales vindt dat het Rijk in 2002 Amsterdam heeft 'belazerd' wat betreft de afspraken over de financiële risico's rond de Noord-Zuidlijn.

"Deze uitspraak is niet terecht omdat de risico's nadrukkelijk met de stadsregio Amsterdam zijn besproken'', reageert Huizinga.

De staatssecretaris geeft verder aan dat de verantwoordelijkheid voor regionale en lokale projecten als een metrolijn altijd bij de decentrale overheden, oftewel de gemeente, stadsregio of provincie ligt.