TEHERAN - Shell wil nog steeds meedoen bij latere fases van de ontwikkeling van het gigantische gasveld Zuid-Pars in Iran. Dat zei een hoge functionaris van Shell maandag tegen Shana, de persdienst van het Iraanse ministerie voor olie.

Afgelopen weekeinde liet Shell weten zich terug te trekken uit fase dertien van het gasproject. Dat gebeurde onder druk van leden van het Amerikaanse Congres, die zich zorgen maken over het nucleaire programma van Iran.

Begin 2002 sloegen Shell, het Spaanse Repsol en de National Iranian Oil Company (NIOC) de handen ineen voor de ontwikkeling van het gasveld. In die tijd verwachtte Shell begin 2007 het eerste vloeibare gas (LNG) te kunnen gaan exporteren.

De ontwikkeling van het gasveld is echter vertraagd als gevolg van de politieke spanningen rond het Iraanse nucleaire programma.

Rivaal

Total, de Franse rivaal van Shell, verklaarde maandag nog steeds belangstelling te hebben in deelname aan Zuid-Pars, maar voegde hieraan toe dat "het moeilijk is op korte termijn tot een overeenkomst te komen".

De Franse regering heeft wegens zorgen over het nucleaire programma van Iran liever niet dat Total in dat land investeert.

In het gasveld Zuid-Pars, dat voor een deel in handen is van Iran en voor een deel van Qatar, bevindt zich naar schatting de helft van de totale gasreserves van Iran. In een poging om de ontwikkeling van het gasveld door Qatar bij te benen, heeft ook Iran de ontwikkeling van zijn deel van het veld een hogere prioriteit gegeven.

Fases

Iran heeft de ontwikkeling verdeeld in 25 fases. Elke fase zou zo'n 28 miljoen kubieke meter gas per dag op moeten kunnen leveren.

De Amerikaanse regering oefent toenemende druk uit op bedrijven om niet aan Iraanse projecten deel te nemen, omdat het Teheran probeert te isoleren om zijn nucleaire programma.