AMSTERDAM - Vier procent van de bevolking heeft dit jaar voor een andere zorgverzekeraar gekozen. Niet de hoogte van de premie, maar de dekking van de aanvullende verzekering vormt daarvoor de belangrijkste reden.

Dat meldt onderzoeksinstituut Nivel dinsdag na onderzoek onder 2800 Nederlanders.

Vorig jaar was de groep overstappers nog ongeveer zes procent. In december deed Nivel al de voorspelling dat dit jaar slechts vier procent zou overstappen.

Behalve de aanvullende verzekering is een collectief aanbod de belangrijkste reden om te wisselen. Zogenoemde gelegenheidscollectieven winnen volgens Nivel aan terrein. Het gaat dan bijvoorbeeld om sportverenigingen en banken.

Service

Tevredenheid over de dekking van de totale polis is de meest genoemde reden om niet te wisselen van zorgverzekeraar, gevolgd door tevredenheid over de service van de huidige zorgverzekeraar. Ongeveer een derde geeft aan te zijn gebleven omdat ze weten wat ze kunnen verwachten of ergens al heel lang verzekerd zijn. Nivel schaart die verklaringen onder positieve redenen.

Er zijn ook negatieve: zo geeft een vijfde aan het te veel moeite te vinden naar een andere zorgverzekeraar te zoeken. Eveneens een vijfde gaat ervan uit geen beter of goedkoper alternatief te kunnen vinden.

Administratieve rompslomp

Zes procent stapt niet over om de administratieve rompslomp te vermijden en vijf procent vreest niet te zullen worden geaccepteerd voor de aanvullende verzekering. Tot slot denkt drie procent dat het voor hen niet mogelijk is om van zorgverzekeraar te wisselen.

Vorige week concludeerde het Nivel al dat bijna iedereen (96 procent) in Nederland nog steeds een aanvullende ziektekostenverzekering heeft, vooral voor de tandarts, fysiotherapie en oefentherapie.