DEN HAAG - Zelfstandig werkende vrouwen krijgen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof een uitkering op het niveau van het minimumloon als zij in het voorgaande jaar minstens 1225 uur, ofwel gemiddeld ruim twintig uur per week, gewerkt hebben.

Bij zelfstandige onderneemsters die minder hebben gewerkt, hangt de uitkering af van de winst en inkomsten in het jaar voor de zwangerschap.

Donner

Dat staat in de zogeheten Zelfstandige en Zwanger-regeling (ZEZ-regeling) die minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Vrouwelijke zelfstandigen krijgen door de nieuwe wetgeving, die 1 juli 2008 moet ingaan, minimaal zestien weken recht op een uitkering die maximaal het minimumloon (bruto 1335 per maand) bedraagt.

Bescherming

De belangrijkste reden voor het kabinet voor het instellen van de publieke verlofregeling is de bescherming van moeder en kind.

Private verzekeringen tegen inkomensverlies door zwangerschap worden veelal te duur gevonden. Daardoor bestaat de vrees dat deze werkende vrouwen te lang doorwerken als ze zwanger zijn en te snel weer beginnen na de bevalling.

Begroting

Donner had bij aankondiging van de nieuwe regeling verwacht dat deze 13 miljoen euro zou gaan kosten, maar nu het wetsvoorstel is uitgewerkt, begroot hij voor dit jaar 14,5 miljoen euro.

Vanaf 2009 bedragen de kosten naar verwachting 27 miljoen euro.

Echtgenotes

Eind vorig jaar werd de regeling ook nog opengesteld voor echtgenotes die meewerken in het bedrijf van hun partner.

Het gaat hier volgens de minister namelijk om een bijzondere groep werkende vrouwen, omdat tussen echtgenoten geen arbeidsverhouding mag bestaan.