DEN HAAG - Gemeenten nemen steeds vaker trajecten om werklozen aan het werk te helpen in eigen hand. Maar zij weten vaak niet welke aanpak voor welke klant het beste is. Ook zijn zij niet altijd in staat achteraf te beoordelen of hun aanpak effectief is geweest.

Dat blijkt uit een analyse van de Raad voor Werk en Inkomen die donderdag is gepubliceerd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aan een baan helpen van mensen in de bijstand. Voorheen besteedden zij dit meestal uit aan particuliere bureaus, maar steeds vaker gaan zij nu zelf aan de slag.

Bij de keuze tussen uitbesteden of zelf doen, letten de meeste gemeenten vooral op kwaliteit. Maar zij hebben vaak niet voldoende informatie om te kunnen bepalen wat goed is voor welk type cliënt. Evaluatie van de gekozen trajecten, gebeurt te weinig.

Donner

De overheid steekt per jaar circa 2 miljard euro in re-integratie. Vorige week bleek uit een rapport wederom dat de effecten daarvan niet duidelijk zijn. Minister Piet Hein Donner en staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) kondigden aan afspraken te zullen maken met de gemeenten en uitkeringsinstantie UWV om het geld gerichter te besteden.

De gemeenten richten zich op bijstandsgerechtigden, UWV op mensen met een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ook UWV bepaalt steeds meer zelf de inhoud van trajecten en laat minder aan re-integratiebedrijven over, aldus de RWI.