AMSTERDAM/LONDEN - De euro heeft donderdag meer terrein gewonnen ten opzichte van de dollar. Na de publicatie van tegenvallende cijfers over de verwerkende industrie in de Verenigde Staten sprong de munteenheid over de grens van 1,12 dollar tegen koersen van ruim 1,11 dollar in de ochtenduren.

De euro bereikte in de middaghandel in Londen, de enige Europese valutamarkt die open was, een piek van 1,1285 dollar en sloot op ,1240 dollar tegen 1,1175 woensdagmiddag.

1999

De euro verbleef in februari 1999 voor het laatst boven de 1,12 dollar. De stand waarop de euro op 1 januari 1999 begon, 1,16675 dollar, komt nu steeds meer in zicht.

De stijging van de euro heeft niet zozeer te maken met de kracht van de Europese economie. De financiële markten maken zich eerder zorgen over de Amerikaanse economische prestaties, waardoor de dollar daalt.

Amerikaanse inkoopmanagers maakten donderdag melding van een verminderde activiteit in de verwerkende industrie. De index die zij hanteren zakte van 46,2 in maart naar 45,4 in april. Analisten hadden juist op een stijging gerekend.

Tegenvallende cijfers

De financiële markten vrezen dat cijfers over de Amerikaanse arbeidsmarkt, die vrijdag worden gepubliceerd door de regering-Bush, ook zullen tegenvallen. Bedrijven blijven saneren, waardoor banengroei er waarschijnlijk niet inzit.

Eerder donderdag bleek al dat het aantal nieuwe aanvragen voor een werkloosheidsuitkering vorige week is gedaald, maar dat het totale aantal zich nog steeds ver boven de psychologische grens van .000 bevindt. Ook cijfers over de Amerikaanse arbeidsproductiviteit in het eerste kwartaal vielen tegen.

Een andere reden voor de aantrekkingskracht van de euro ten opzichte van de dollar is het renteverschil tussen Europa en de VS. De Europese Centrale Bank leent aan commerciële banken tegen 2,5 procent rente, terwijl de Amerikaanse centrale banken een tarief van 1,25 procent hanteren. Geld stallen in Europa is daarom aantrekkelijker.