DEN HAAG - Niet-westerse allochtonen lopen hun achterstand op de arbeidsmarkt iets in. In het derde kwartaal vorig jaar zaten bijvoorbeeld Marokkanen en Turken gemiddeld ruim twee keer zo vaak zonder werk als autochtonen.

Een jaar eerder was de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen in de maanden juli, augustus en september nog meer dan drie keer zo hoog.

Donner

Dat blijkt uit nieuwe cijfers die minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) in de Tweede Kamer bekendmaakte tijdens een debat over discriminatie op de arbeidsmarkt.

De gemiddelde werkloosheid onder de beroepsbevolking met een niet-westerse achtergrond bedroeg in het derde kwartaal van 2007 8,7 procent, tegen 3,7 procent onder autochtonen.

Toekomst

Donner noemde het ook geruststellend voor de toekomst dat uit onderzoek blijkt dat problemen met discriminatie verdwijnen zodra mensen met een exotische achtergrond eenmaal aan het werk zijn gekomen.

Discriminatie speelt vooral een rol bij de werving en selectie en niet op de werkvloer. Dat betekent volgens Donner dat er meer sprake is van 'onbekend maakt ombemind'.

Bezorgd

Daarbij benadrukte de CDA-bewindsman nog tegenover de Kamer dat nu allochtonen hun achterstand iets inlopen het niet betekent dat hij de ogen sluit voor discriminatie op de arbeidsmarkt. Zo is hij bezorgd dat negatieve beeldvorming vooral bepaalde groepen, in het bijzonder Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, tegenwerkt op de arbeidsmarkt.

Reacties

PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer vroeg ook om apart beleid voor deze groepen. Haar PVV-collega Sietse Fritsma verzette zich heftig tegen positieve discriminatie en wees op het hoge aantal voortijdig schoolverlaters op het vmbo onder Marokkaanse Amsterdammers.

PvdA-staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) wees ook de eigen verantwoordelijkheid van jongeren, maar zei tevens dat het aantal dropouts op het platteland net zo zorgwekkend is als in de stad.