DEN HAAG - De Arbeidsinspectie neemt de komende vier maanden met de Inspectie Verkeer en Waterstaat in een controleactie de veiligheid van baanwerkers langs het spoor onder de loep.

Volgens een woordvoerster van de Arbeidsinspectie is "een vinger aan de pols" nodig om gevaarlijke situaties tegen te gaan, die vooral ontstaan doordat het onderhoudswerk en het treinverkeer niet altijd strikt gescheiden worden.

De Arbeidsinspectie kondigde donderdag aan tot en met april op 240 locaties te controleren. Het streven is van ProRail om het onderhoudswerk en het treinverkeer 100 procent te scheiden. Maar de spoorbeheerder probeert tevens vertragingen en uitval van treinen zoveel mogelijk te voorkomen voor reizigers, waardoor de uitvoering van het onderhoudswerk wel eens onder druk komt te staan.

Risico

Het beroep van baanwerker geldt al een tijd als het gevaarlijkste in Nederland. Onder de circa 3400 baanwerkers die in de sector werkzaam zijn, valt gemiddeld ongeveer één dode per jaar. Daarmee is het risico op een dodelijk ongeval op het werk drie keer zo groot als in de bouw.

Volgens de Arbeidsinspectie lijkt de veiligheid voor baanwerkers wel te verbeteren. Zo slaagt ProRail er volgens de zegsvrouw beter in om op de sporen waar onderhoudswerk plaatsvindt geen treinen te laten rijden. In 2006 was in de helft van de gevallen het spoor bij werkzaamheden vrij van treinverkeer en was dit vorig jaar gestegen tot 70 procent. "Maar wij willen dat het naar 100 procent gaat", aldus de woordvoerster.

Overtredingen

Verder werden bij bijna 40 procent van de 161 controles in de periode juli 2006 tot en met januari 2007 nog overtredingen geconstateerd. Zestien keer werd ook het werk stilgelegd, omdat het gevaar om aangereden te worden door een trein te groot was of wegens valrisico's.

Terwijl in 2003 inspecteurs nog in ruim de helft van de gevallen moesten constateren dat de beveiliging voor de baanwerkers tekort schoot.