AMSTERDAM - Vrijwel niemand staat te springen om nieuwjaarszoenen van collega's. Dat staat in een onderzoek van bureau Motivaction in opdracht van de Nederlandse Staatsloterij. Slechts 18 procent van de ondervraagden geeft aan zoenen van een collega op prijs te stellen.

Op de werkvloer zou tweederde liever een hand krijgen en 4 procent heeft het liefst een omhelzing of een schouderklop. Drie zoenen van bekenden op straat zijn ook taboe: 72 procent geeft liever een hand.

Van de Nederlanders zegt 13 procent geen oud en nieuw te vieren. Terugkijkend op het afgelopen jaar worden gebeurtenissen in de persoonlijke situatie als het belangrijkst gezien.

Vorig jaar werd nog het zwaarst getild aan maatschappelijke thema's.

Goede voornemens

Een kwart van de bevolking heeft goede voornemens voor volgend jaar. Het meest genoemde voornemen is gezonder eten, 42 procent heeft plannen daartoe.

Meer sporten en minder stressen delen met beide 36 procent een tweede plaats. Een derde van degenen met goede voornemens wil afslanken.

Het onderzoek van Motivaction is uitgevoerd onder een internetpanel van 711 respondenten. Zij zouden een representatieve afspiegeling vormen van de Nederlandse bevolking tussen de 18 en 65 jaar.

Doelstellingen

De Radboud Universiteit Nijmegen deed vorig jaar ook onderzoek naar goede voornemens. Toen had nog de helft van de 2200 onderzochte mensen goede voornemens. Veel mensen hadden volgens de universiteit dezelfde voornemens als in voorgaande jaren.

Vaak was het bijvoorbeeld niet gelukt om af te vallen. Een voornemen dat voor het eerst wordt gemaakt, heeft volgens de onderzoekers meer kans van slagen dan een voornemen dat al vaker is gemaakt.

Doen en laten

Een minderheid had voornemens die goed zijn voor anderen, zoals aardiger zijn voor de omgeving. Volgens de universiteit wordt dit soort voornemens vaker waargemaakt. Net als voornemens om iets te gaan doen (bijvoorbeeld sporten) in plaats van iets te laten (veel eten).

Zes weken na het nieuwe jaar had dit jaar 24 procent zijn voornemens waargemaakt. Bij 64 procent was het 'nog niet' gelukt en de rest had de moed opgegeven.