WASHINGTON - Het chemieconcern Akzo Nobel heeft erkend dat twee van zijn dochterondernemingen zich schuldig hebben gemaakt aan ongeoorloofde betalingen aan het voormalige Iraakse regime in het kader van het olie-voor-voedselschandaal.

Dat maakte het Amerikaanse ministerie van Justitie donderdag bekend.

Akzo Nobel neemt de verantwoordelijkheid op zich voor illegale betalingen, in ruil voor contracten, door werknemers van de farmaciedochters Organon en Intervet aan Iraakse functionarissen onder het regime van Saddam Hussein.

Het gaat om betalingen ter waarde van circa 280.000 dollar in de jaren 2000 tot 2002. Akzo verkocht beide dochterondernemingen vorig jaar.

Niet vervolgd

Akzo Nobel wordt in de VS niet vervolgd, mits het meewerkt aan het onderzoek naar het olie-voor-voedselschandaal. Een andere voorwaarde is dat Organon, dat nu in handen is van het Amerikaanse Schering-Plough, een deal sluit met het Openbaar Ministerie in Nederland over betaling van een boete van circa 381.000 euro. Als dat niet binnen 180 dagen lukt, moet Akzo Nobel 800.000 dollar betalen aan justitie in de VS.

De internationale gemeenschap stond Irak vanaf de jaren negentig toe, ondanks een handelsembargo, een beperkte hoeveelheid olie te exporteren. De opbrengst moest worden besteed aan voedsel en medicijnen voor de noodlijdende bevolking. De Verenigde Naties moesten daarop toezien. In de praktijk verdwenen vele miljoenen via schimmige deals in de zakken van corrupte ambtenaren en zakenlieden.

Smeergeld

In het geval van Akzo Nobel leverden Organon en Intervet medicijnen tegen een te hoge prijs. Het verschil werd buiten de VN om als smeergeld betaald aan functionarissen die de offertes namens het Iraakse regime behandelden. Doorgaans ging het om 10 procent van de contractwaarde, aldus justitie in de VS.

Akzo Nobel heeft in een vergelijkbare zaak een schikking getroffen met de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Het bedrijf betaalt een boete van 750.000 dollar en moet een bedrag van 2,2 miljoen dollar inleveren dat het verdiende door contracten die dochterbedrijven hebben verworven met behulp van steekpenningen aan Iraakse regeringsfunctionarissen.