DEN HAAG - De AOW in de huidige vorm wordt onbetaalbaar, zover is duidelijk voor de Nederlandse werkgevers.

Ondernemersorganisatie VNO-NCW denkt financiële ruimte te vinden door ouderen pas later dan hun vijfenzestigste AOW te laten ontvangen. Op steun van de vakbonden hoeven de werkgevers niet te rekenen. Voor de vakcentrale FNV is een hogere AOW-leeftijd absoluut onbespreekbaar.

Premie

De kern van het probleem ligt in de vergrijzing van Nederland. Tegenover de groeiende groep ouderen staan steeds minder werkenden. De kosten van de AOW dreigen daarmee uit de hand te lopen. De AOW, een basispensioen, wordt immers opgebracht door de werkenden. Die betalen een premie van 17,9 procent van hun belastbaar inkomen. Dat geld komt via het zogeheten omslagstelsel direct ten goede aan de pensioengerechtigden.

In Nederland heeft iedereen vanaf 65 jaar recht op een AOW-uitkering. Vorig jaar ontvingen 2,4 miljoen AOW'ers 21 miljard euro aan uitkeringen, zo blijkt uit cijfers van de Sociale Verzekeringbank (SVB). Een alleenstaande ontvangt per maand aan AOW ,19 euro, een echtpaar krijgt twee keer 654,29 euro.

Leeftijdsgrens

De AOW is de eerste pijler van de oudedagsvoorziening. De tweede is het pensioen dat werknemers tijdens hun arbeidszame leven bij hun werkgever opbouwen. In de discussie over de betaalbaarheid van pensioenen is al veelvuldig gesproken over langer doorwerken. Nu dreigt ook de leeftijdsgrens voor de AOW een discussie-onderwerp te worden.

Nederlanders beginnen, vergeleken met veertig jaar geleden, later dan vroeger met werken en leven langer, zo merken werkgevers op. Steeds minder jongeren betreden de arbeidsmarkt, wat tot personeelstekorten leidt. Als ouderen langer aan de slag blijven, kunnen deze tekorten worden beperkt.

Volgens G. Verheij, secretaris VNO-NCW en verantwoordelijk voor pensioenen, gaat het hier om een structurele demografische ontwikkeling. De leeftijdsgrens voor AOW zou in 2005 al omhoog moeten, maar met enig uitstel kunnen de werkgevers ook leven.

24 jaar

Stapje voor stapje kan de grens worden opgekrikt, aldus VNO-NCW. De werkgeversclub ziet graag dat elk jaar de AOW-gerechtigde leeftijd met een maand wordt opgetrokken. "Dan zijn we 24 jaar bezig om de grens naar 67 jaar te tillen."

Verschuiving van de AOW-leeftijd houdt tevens een verandering van de pensioengerechtigde leeftijd in. Voor pensioenfondsen betekent dat slechts een administratieve kwestie, "al levert dat veel rompslomp op", aldus een woordvoerder van PGGM, het pensioenfonds voor de zorg.

VUT

De vakbeweging is faliekant tegen. Zij richt er zich in eerste instantie op om zo veel mogelijk 55- tot 65-jarigen aan het werk te houden, stelt vice-voorzitter K. Roozemond van de FNV. "Onder die grens van 65 kunnen we de arbeidsparticipatie nog sterk verhogen. Kijk eens naar het aantal mensen in die leeftijdsgroep dat momenteel vervroegd uittreedt."

Met goede scholing kunnen ouderen langer aan het werk blijven, zo denkt Roozemond en ook met preventie is veel uitval te voorkomen. Verder kan in haar ogen de arbeidsparticipatie van vrouwen omhoog. Als ouderen tot 65 jaar langer een betaalde baan houden, wordt ook het draagvlak voor pensioenen breder.

Voordelen

PGGM wijst op allerlei financiële voordelen van een hogere leeftijdsgrens, waarvan ook de gepensioneerden kunnen profiteren. Zij houden hun opgebouwde aanspraken. "Doordat zij hun rechten met twee jaar uitstellen, is er meer geld beschikbaar."

Een leeftijdsgrens van 67 jaar beperkt de uitkeringsduur met twee jaar. Het leger gepensioneerden krimpt, terwijl tegelijkertijd het aantal actieven groeit, legt de PGGM-zegsman uit. "Door die schaar zou wellicht de pensioenpremie omlaag kunnen."

Versleten

PGGM staat, als pensioenbewaker voor de zorgsector, niet te springen om een hogere leeftijdsgrens. Het werk in de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg is daarvoor te zwaar. "Verplegers zijn op hun zestigste al aardig versleten. In deze sector blijft altijd een grote druk aanwezig om rond die leeftijd het pensioen te laten beginnen", stelt de woordvoerder.

Hij heeft daarom begrip voor de opstelling van Roozemond. De komende tien jaar weigert zij over een hogere AOW-leeftijd te praten, maar Verheij (VNO-NCW) wil de discussie juist nu aangaan.

"Als we over tien jaar duidelijke stappen willen zetten, moeten we ons nu daarop voorbereiden. Eerst een discussie, dan een overgangsperiode en ten slotte een geleidelijke invoering." Daar gaan nog jaren overheen, vrezen de werkgevers.