DEN HAAG - Het bedrijf Interpay maakt mogelijk misbruik van zijn monopolie op pintransacties. Winkeliers moeten daardoor te hoge tarieven betalen. Interpay wordt verdacht van concurrentiebeperkende afspraken, aldus de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) donderdag.

De NMa heeft rapport opgemaakt tegen Interpay en tegen de acht banken die eigenaar zijn van het bedrijf. Dat zijn ABN AMRO, Rabobank, ING Bank, Fortis Bank, SNS Bank, Friesland Bank, Van Lanschot Bankiers en Bank Nederlandse Gemeenten.

Klachten

De NMa begon haar onderzoek na klachten van ondernemersvereniging MKB-Nederland over te hoge tarieven voor het betalingsverkeer. Winkeliers die hun klanten willen laten pinnen, moeten daarvoor een contract met Interpay afsluiten. Per pintransactie betaalt de detaillist een bepaald bedrag. De hoogte daarvan is mede afhankelijk van de hoeveelheid transacties die de detaillist afneemt: hoe meer, des te lager het tarief per transactie.

De laatste jaren is het aantal pintransacties sterk gestegen. Hoewel Interpay zijn tarieven de afgelopen jaren heeft verlaagd, is er volgens de NMa geen redelijke verhouding tussen de kostprijs van pinnen en de tarieven die het bedrijf daarvoor vraagt. Dat is ook niet het geval als volgens de kartelwaakhond rekening wordt gehouden met een redelijke winstopslag.

Reactie Interpay

Daar is Interpay het niet mee eens. Volgens het bedrijf staan de pintarieven wel degelijk in verhouding met de kosten van het pinnen. Interpay stelde verder dat de NMa haar voorlopige oordeel op onvolledig informatie heeft gebaseerd.

Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de koepelorganisatie van supermarkten, is blij dat de NMa de hoge pintarieven aankaart. Het CBL pleit al jaren voor een verlaging van de pinkosten. Volgens de organisatie kan Interpay het pinnen best goedkoper maken, omdat het aantal pinbetalingen de laatste jaren enorm is gestegen.