AMSTERDAM - De vakcentrale FNV gaat ervan uit dat vanaf volgend jaar loonkostensubsidies worden ingezet om 200.000 langdurig werklozen aan een baan te helpen. Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) werkt momenteel aan een voorstel dat voor de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer volgende week klaar moet zijn.

Dinsdag heeft Donner met FNV-voorzitter Agnes Jongerius en werkgeversvoorman Bernard Wientjes van VNO-NCW opnieuw gesproken over 79 miljoen euro die is gereserveerd om langdurig werklozen aan werk te helpen.

FNV-hoofdbestuurster Wilna Wind constateerde woensdag dat afspraken over de loonkostensubsidies nog steeds overeind staan, ondanks dat werkgevers zeggen niet mee te doen nu een versoepeling van het ontslagrecht voorlopig van de baan is.

Afspraken

Donner zei vorige week dat hij de afspraken met sociale partners om meer mensen aan de slag te krijgen, opnieuw moest bezien. De CDA-bewindsman wil voorkomen dat mensen afhankelijk blijven van gesubsidieerde arbeid, zoals met de oude Melkert- of ID-banen.

Er moet volgens "perspectief" zijn op een 'normale' baan. Niet dat de werklozen direct op straat worden gezet zodra de steun van de overheid ophoudt.

Gevallen

Wind wees erop dat in september al is afgesproken dat werkgevers niet zomaar loonkostensubsidies krijgen. Zo is het het uitkeringsinstituut UWV dat bepaalt in welke gevallen de subsidie nodig is.

Voorwaarde is dat werkgevers reguliere vacatures aanbieden en de werklozen voor tenminste één jaar een dienstverband krijgen met uitzicht op een gewone baan. De werkgever krijgt dan maximaal een jaar lang ten hoogste de helft van het minimumloon vergoed.

Vlekje

Donner hoopt nu een record aantal vacatures openstaan, dat werkgevers wel degelijk interesse hebben om met subsidie personeel 'met een vlekje' aan te nemen. Door werkgevers wordt het doorzetten van de afspraken zoals die in september zijn gemaakt, ook niet onlogisch genoemd.

Maar volgens een ingewijde bij VNO-NCW is de enige werkgever die garanties kan geven of gesubsidieerde banen worden omgezet in reguliere banen, de overheid zelf. Publieke sectoren, zoals het onderwijs en zorg, staan immers te springen om personeel.