UTRECHT - Het zakgeld dat kinderen van hun ouders krijgen, is de laatste jaren flink gestegen. Zo hebben acht- en negenjarigen de afgelopen 2,5 jaar hun wekelijkse zakcentje zien verdubbelen tot 1 à 2,50 euro. Dat blijkt uit onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en het NOS Jeugdjournaal onder bijna 4000 kinderen in de leeftijd van acht tot en met dertien jaar.

"Het lijkt erop dat de kinderen de afgelopen jaren hebben geprofiteerd van de gestegen inkomens van de ouders", aldus het Nibud maandag. Dat komt volgens het instituut mede door de prijsstijgingen. De invoering van de euro heeft de kinderen ook geen windeieren gelegd. Volgens het Nibud heeft zeker de helft van de ouders vorig jaar het zakgeldbedrag naar boven afgerond bij de omrekening van de gulden naar de euro.

Verreweg de meeste kinderen krijgen zakgeld: van de achtjarigen procent en dat loopt op tot circa 95 procent van de dertienjarigen. De meesten krijgen het zakgeld eens per week.

Basisschoolleerlingen krijgen vrijwel geen kleedgeld; ongeveer twee uit een klas van twintig kinderen. Zo gauw kinderen naar de middelbare school gaan, krijgen zij vaker kleedgeld. Bijna een kwart van de dertienjarigen krijgt geld om zelf hun kleding te kopen.

Klusje voor geld

De helft van de kinderen doet wel eens een klusje voor geld. Jongens steken meer de handen uit de mouwen voor geld dan meisjes. Ook weten jongens de beter betaalde klusjes te bemachtigen. Zij wassen bijvoorbeeld vaak de auto. Dat is het best betaalde klusje en levert gemiddeld 2 euro per auto op. Meisjes helpen vaker in het huishouden en krijgen over het algemeen 1,50 euro per klus.

Jongens en meisjes geven hun geld ook anders uit. Jongens kopen vaker computerspelletjes en speelgoed. Meisjes spenderen meer aan boeken, tijdschriften en cadeautjes. Snoep, cd's, video's en dvd's vinden alle kinderen erg belangrijk.

"Jonge kinderen gaan over het algemeen goed met geld om" stelt het Nibud vast. "Wel maakt een op de vier kinderen ruzie met hun ouders over geld."

Als ze iets graag willen hebben terwijl hun zakgeld al op is dan gaat 60 procent eerst sparen en een op de tien gaat ervoor klussen. Hoe jonger, hoe spaarzamer volgens het instituut. Jongens zeggen vaker te sparen (80 procent) dan meisjes (70 procent).

Bijna een kwart van de kinderen vraagt geld aan de ouders als ze iets niet zelf kunnen kopen. Naarmate de kinderen ouder worden, kloppen ze sneller bij de ouders aan. "Meisjes zijn betere onderhandelaars dan jongens. Meisjes hoeven minder vaak hun mobieltje helemaal zelf te betalen", constateert het Nibud. Meisjes blijken ook iets vaker over geld te praten dan jongens, hoewel geld nog niet echt een gespreksonderwerp in de klas is. Jongens fantaseren weer vaker over geld en wat ze ermee kunnen doen.

Villa met zwembad

Op de vraag wat de kinderen zouden doen als ze heel rijk zouden zijn hebben jongens en meisjes heel verschillend geantwoord. Bij jongens staan een computer en computerspelletjes in de topdrie en bij meisjes het mobieltje en kleding. Verder zeiden volgens het Nibud opvallend veel kinderen een villa met zwembad te willen kopen.

De kinderen hebben eigenlijk al allerlei dure apparatuur in hun bezit. Zo heeft een kwart van de achtjarigen een computer op de eigen kamer. Onder dertienjarigen geldt dat voor bijna de helft van de klas. Ruim 70 procent van deze leeftijdsgroep heeft ook een mobieltje. Een op de drie van de kinderen betaalt alle kosten voor de mobiele telefoon zelf. Bij een kwart van de kinderen draaien de ouders voor alles op.